19-11-2025

Vroegmoderne dieren in de Nederlanden (boekfragment)

Dit is een voorpublicatie uit de bundel Vroegmoderne dieren in de Nederlanden

Judith Brouwer is historica en datamanager bij het Huygens Instituut en het Meertens Instituut. Als deskundige op het gebied van digitale historische bronnen, en dankzij haar grote nieuwsgierigheid, duikt ze regelmatig zelf de bronnen in. Zo ontdekt ze soms verborgen pareltjes uit de geschiedenis, over personen en groepen die eerder buiten beeld bleven. Voor Leuven University Press verzorgde Judith Brouwer samen met djoeke van Netten (Universiteit van Amsterdam) de redactie van de bundel Vroegmoderne dieren in de Nederlanden. De bundel bevat onder meer een bijdrage van Jim van der Meulen, senior onderzoeker bij het Huygens Instituut. Wat weten we over onze niet-menselijke huisgenoten, buren, collega’s en gezinsleden van vroeger? Hieronder volgt een fragment uit de inleiding.

Beeld: Twee kinderen met een kat, Judith Leyster, ca. 1630. Collectie Rijksmuseum.

Fragment uit Vroegmoderne dieren in de Nederlanden

Als mensen zijn we natuurlijk per definitie antropocentrisch, in kijken en schrijven. Wat we wél kunnen is het serieus nemen van de rol van dieren als historische actoren. Dieren hebben en hadden agency. Agency (of agentschap in het Nederlands, maar die term heeft ook niet echt poot aan de grond gekregen) is voor veel historici een lastig te definiëren en veelvormig begrip. Het kan variëren van onderkennen dat dieren een rol hebben gespeeld tot het volledig toekennen van vrije wil aan individuele dieren. Maar zelfs zonder scherpe definitie is het duidelijk dat het gedrag van dieren invloed heeft (gehad) om hen heen, ook zonder dat daar intentie voor nodig is.

Historisch geograaf Philip Howell heeft nuttig onderscheid gemaakt tussen drie vormen van agency. Ten eerste ascribed animal agency, waarbij mensen agency aan dieren toewijzen door te individualiseren met bijvoorbeeld naam en persoonlijkheid (zie Rembrandts leeuw en de olifanten Hans en Parkie in dit boek). Dan is er agonistic animal agency, waarbij de nadruk ligt op het verzet van dieren tegen de door mensen gedomineerde wereld (hier vallen verschillende olifanten, ossen, kasuarissen en ijsberen in de hiernavolgende hoofdstukken onder). Ten slotte assembled animal agency, waarbij het gaat om de wederzijdse afhankelijkheid tussen mens en dier (zie de herten, ijsberen en ossen verderop). De geschiedenis is in alle gevallen niet slechts door mensen gemaakt, maar is een coproductie waarbij sprake is van co-evolutie van verschillende soorten.

Schetsen van Hans en Parkie, twee Indische olifanten uit Ceylon, Petrus Camper, ca. 1786. Collectie Rijksmuseum.

Schetsen van Hans en Parkie, twee Indische olifanten uit Ceylon, Petrus Camper, ca. 1786. Collectie Rijksmuseum.

Dierenstemmen in het verleden

In die samenwerking hebben dieren een stem. Die manifesteert zich niet via menselijke taal, maar wel via geluiden, geuren, gedrag, gebaren, en allerlei andere manieren van communiceren. Filosoof Eva Meijer wijst erop dat die stem vaak niet of niet goed wordt gehoord. Die niet-menselijke stem is hoorbaar in het heden, en ook in het verleden. Naar het verleden luisteren kost mogelijk echter nog meer moeite, omdat de dieren uit onze geschiedenis niet meer voor zichzelf kunnen spreken. Historici kunnen leren luisteren naar die stemmen in het verleden. Niet om dieren tot mensen te maken, maar om hun agency, hun geschiedenis en vaak ook hun lijden te erkennen als onderdeel van onze gedeelde geschiedenis.

We spreken in onze taal vaak eenzijdig over dieren. We ‘jagen’ op herten en ijsberen, alsof zij enkel object, lijdend voorwerp zijn van menselijk handelen. Maar historisch bronnenmateriaal laat iets anders zien. In Jim van der Meulens werk over het edelhert wordt zichtbaar hoe het dier zich letterlijk verzette – door zich in zee te werpen, op de vlucht voor jagers. Geen slachtoffer zonder wil, maar een handelend wezen. Bij Maroesjka Verhagen kleuren ossen de stad Amsterdam. Ze trekken karren, bepalen het ritme van de markt, vallen soms uit – en juist die momenten van ‘verzet’ maken hun aanwezigheid en hun stem voelbaar.

18e-eeuwse tekening van een ijsbeer door George Edwards. Afbeelding: The Trustees of the British Museum.

18e-eeuwse tekening van een ijsbeer door George Edwards. Afbeelding: The Trustees of the British Museum.

In het geval van de kasuaris – beschreven door Ria Winters – is het verzet expliciet. Deze loopvogel wordt als diplomatiek geschenk meegenomen op VOC-schepen, gevangen, verhandeld en tentoongesteld. Hij schopt, verwondt, slikt kogels en kolen in een krachtig lichamelijk ‘nee’. Toch spreken bronnen over het houden van de kasuaris, niet over zijn gevangenneming of onderwerping. De terminologie maskeert het geweld. Ook leeuwen en olifanten, zoals besproken in de bijdragen van Dorien Tamis en Jeroen Bos & Anneke Groen, tonen hoe dierlijke agency en talige framing samenkomen. Olifanten worden niet ‘gevonden’, maar gevangen, gemerkt en doorverkocht. Hun fysieke kracht en intelligentie worden bewonderd – én ingezet tegen henzelf, in oorlog, slavernij en koloniale exploitatie. Toch spreken rapporten vooral over de ‘waarde’ van de dieren, zelden over hun leed of verzet.

Liggende leeuw met een klauw op zijn neus, school van Rembrandt van Rijn, 1640-1650. Collectie Rijksmuseum.

Liggende leeuw met een klauw op zijn neus, school van Rembrandt van Rijn, 1640-1650. Collectie Rijksmuseum.

Bij leeuwen is het beeld dubbel. Mensen kijken eerbiedig naar hen als koninklijke, trotse dieren – en maken de dieren tegelijk af als bedreiging. In koloniale teksten worden ze ‘geëlimineerd’, niet vermoord; ze ‘worden bestreden’, niet verjaagd of vernietigd. En toch: wie goed leest, ziet hoe de leeuwen zich verzetten tegen de menselijke aanwezigheid, aanvallen uitvoeren, sporen achterlaten. In djoeke van Nettens werk over de ijsbeer gebeurt iets vergelijkbaars. De beer is gevaar en prooi tegelijk. Hij wordt ‘bejaagd’, maar ook gevreesd. Zijn gedrag ontwricht expedities, confronteert mensen met de limieten van controle. De ijsbeer is geen achtergronddecor van Arctische reizen, maar medeacteur in het historische verhaal.

Dieren spreken. Niet in woorden, maar in daden. Als historici kunnen we die uitingen herkennen, reconstrueren, en zo ruimte maken voor stemmen die eeuwenlang genegeerd zijn. Het betekent herschrijven, herbenoemen, herwaarderen – en daarmee het verleden eerlijker en rijker maken. Geen geschiedenis over dieren, maar met hen.

Lees verder in Vroegmoderne dieren in de Nederlanden

Dit is een voor de leesbaarheid licht bewerkt fragment uit de inleiding, geschreven door Judith Brouwer (Huygens Instituut, Meertens Instituut), Marjo van Koppen (Meertens Instituut) en djoeke van Netten (Universiteit van Amsterdam). Het boek is uitgegeven door Leuven University Press. Tip: dit is een perfect boek om cadeau te geven aan iemand die van dieren én van geschiedenis houdt. Bestellen kan hier en via de reguliere boekverkopers.

 

Cover van Vroegmoderne dieren in de Nederlanden.