Zij moest onschuld bewijzen, hij ging (meestal) vrijuit
De afstudeerscriptie van Marlies Couch kreeg maar liefst 3 onderscheidingen
Voor haar afstudeerscriptie aan de Universiteit van Amsterdam deed Marlies Couch, inmiddels promovendus bij het Huygens Instituut, onderzoek naar de positie van vrouwen in de vroegmoderne tijd op sociaal, medisch en juridisch gebied. Door slim speuren in onder andere de online archieven van strafrechtbank Old Bailey in Londen, wist Marlies Couch de verhalen van vrouwen en de systemen die hen naar de marges drukten aan de vergetelheid te onttrekken. Dit leverde haar maar liefst 3 onderscheidingen op.
Afbeelding: Before, William Hogarth, 1730–1731. The J. Paul Getty Museum, Los Angeles.
‘Genderongelijkheid wortelt diep en ver in het verleden. Dat is geen excuus, maar maakt de moeizame emancipatiestrijd van nu misschien wat beter te plaatsen,’ zegt Marlies Couch over wat een ‘wicked problem’ heet, een complex en hardnekkig vraagstuk zonder duidelijke oplossing.
‘Het hangt samen met een breder systeem van macht en economische ongelijkheid, dat zich bijna wetmatig vertaalt in de onderdrukking van vrouwen. Helaas is seksueel geweld al eeuwen een van de manieren waarop dit tot uiting wordt gebracht.’

Marlies Couch voor het Amsterdamse Spinhuis, dat in de 17e en 18e eeuw als vrouwengevangenis diende en nu het Huygens Instituut huisvest.
Voor haar afstudeerscriptie, ‘She Procured a Couple of Chirurgions’: Unearthing Social and Medical Care for Survivors of Sexual Violence from the Old Bailey Proceedings, 1674–1800’, combineerde Marlies Couch sociale, medische en juridische geschiedenis om de positie van vrouwen in de vroegmoderne tijd in beeld te krijgen.
Marlies Couch: ‘Verkrachting en aanranding waren misdrijven in Engeland, maar veroordeling gebeurde nauwelijks. De bewijslast lag volledig bij slachtoffers en bovendien moesten zij zich houden aan de gangbare sociaal-culturele normen die golden voor vrouwen. Anders lag reputatieschade op de loer, met alle gevolgen van dien. Vrouwen waren enorm kwetsbaar als ze seksueel geweld kenbaar maakten. Daarom deden ze dit zelden. Maar toch vonden vrouwen manieren om hierover te spreken en was er saamhorigheid tussen vrouwen onderling.’
Op het spoor van de vroedvrouwen
Vrouwengeschiedenis is een uitdaging omdat vrouwen minder zichtbaar zijn in historische bronnen. Maar de taken en werkzaamheden die vrouwen uitvoerden zijn toch vaak te vinden door veelgebruikte bronnen (zoals rechtszaken) op een alternatieve manier te analyseren. Met de verb- of task-oriented method vond Marlies Couch de zorg die vrouwen verleenden aan slachtoffers, waaronder vroedvrouwen die eind 17e en begin 18e eeuw een belangrijke rol speelden in de rechtspraak.

Vroedvrouw Jannetje Cabas en Foberts vader in de rechtbank, Cornelis Troost, 1741-1745. Collectie Rijksmuseum. Scène uit het blijspel Beslikte Swaantje, en Drooge Fobert; of de boere rechtbank van Abraham Alewijn (1715), waarin wordt nagegaan welke man Swaantje zwanger heeft gemaakt.
Marlies Couch: ‘Vroedvrouwen legden getuigenis af als medisch expert: ze onderzochten slachtoffers van zedendelicten en reconstrueerden de mogelijke toedracht. Ook verleenden ze dus zorg. Voor specifieke verkrachtingswonden gebruikten ze bijvoorbeeld zalven, kleipasta’s en pillen gemaakt van de hars van naaldbomen. Opvallend is dat ook ongetrainde vrouwen deze geneesmethoden toepasten.’
Dat klinkt als een vitale beroepsgroep
‘Vroedvrouwen waren destijds niet alleen gespecialiseerd in zwangerschap en geboorte. Ze waren belangrijke zorgverleners en bezaten een rijkdom aan empirische kennis. In de loop van de 18e eeuw verloren ze geleidelijk aanzien, nadat mannen met universitaire diploma’s zich meldden in medische sectoren waar vrouwen voorheen de dienst uitmaakten.’
‘Vrouwen gingen voor hun opleiding bij ervaren vroedvrouwen in de leer, soms wel voor tien jaar. Maar deze mondelinge overdracht van kennis verloor aanzien met de opkomst van de universitair geschoolde mannelijke artsen. Vroedvrouwen werden daarom minder gevraagd om als medische experts te helpen bij rechtszaken.’
Saamhorigheid tussen vrouwen onderling
In de recente Amerikaanse civiele rechtszaak van de journaliste Jean E. Carroll tegen Donald Trump, die haar in 1996 aanrandde en mogelijk verkrachtte in het pashokje van een warenhuis, baseerde de rechtbank zich op de verklaringen van meerdere vrouwen. Naast Carrolls eigen getuigenis vertelden twee vriendinnen dat zij kort na het incident waren ingelicht. Ook andere vrouwen verklaarden dat zij door Trump waren belaagd.
Marlies Couch: ‘Iets vergelijkbaars zie je in de vroegmoderne periode. Vrouwen en meisjes vanaf 10 jaar moesten toen zelf bewijzen dat zij geen schuld hadden aan misbruik, aanranding of verkrachting. De bewijslast lag bij hen, niet bij de plegers. Daarom creëerden slachtoffers zorgvuldig narratieven die de verantwoordelijkheid bij de beschuldigde mannen legde, in taalgebruik dat hun eigen reputatie niet zou schaden.’
Zoals?
‘Ze had geschreeuwd, zich verzet, nee, ho en stop geroepen. Veel aanklachten volgden hetzelfde patroon, in vergelijkbare formuleringen. Ook traden andere vrouwen op als ooggetuige en verleenden ze steun. Het wijst erop dat vrouwen elkaar vertelden wat ze tegen de rechter moesten zeggen. Toch leidde dat zelden tot een veroordeling: mannen gingen meestal vrijuit.’
Wat gebeurde er met die vrouwen?
‘Ik denk dat we te snel geneigd zijn te denken dat slachtoffers van seksueel geweld in deze periode als uitschot werden behandeld. Dit zal helaas absoluut gebeurd zijn, maar het was juist heel mooi om te ontdekken in de bronnen dat buurvrouwen, vriendinnen, familieleden en vroedvrouwen de slachtoffers op verschillende manieren ondersteunden.’
Waarom noem je dat een mooie ontdekking?
‘Het is waardevol om te weten dat vrouwen toen ook manieren hadden om elkaar te ondersteunen en voor elkaar op te komen tegen het geweld van mannen en ongelijke behandeling. Maar tot kortgeleden zagen we vrouwen in het verleden als hulpeloze slachtoffers. Het is mooi om recht te kunnen doen aan hun kracht en beperkte vorm van zeggenschap. Het is een eer dat mijn afstudeerscriptie een bijdrage levert aan de zichtbaarheid van deze vrouwen. Dat hun verhalen zijn gezien.’
3 onderscheidingen
Marlies Couch kreeg 3 onderscheidingen voor haar afstudeerscriptie.
UvA-Scriptieprijs 2025
Zuster Vernède Scripteprijs 2025
Johanna Naberprijs 2025
Promotieonderzoek naar migranten in dienst van de VOC en hun thuisblijvers
Als promovendus bij het Huygens Instituut en de Radboud Universiteit volgt Marlies Couch de levens van migranten die in dienst waren van de VOC. Ze zal zich richten op de uitdagingen die migranten tegenkwamen na migratie naar de Nederlandse Republiek en welke kansen zij hadden om hun sociaal-economische omstandigheden te verbeteren. In het onderzoek zal ook gekeken worden naar de netwerken van migranten in Amsterdam en de vrouwen van zeevarenden die rond moesten komen in onzekerheid over inkomen en terugkeer.
Seksueel geweld en de Nederlandse wet
Tegenwoordig is de positie van slachtoffers van zedendelicten nog steeds kwetsbaar. Vaak ontbreken getuigen en moet het Openbaar Ministerie overtuigend bewijs leveren. Sinds de Wet Seksuele Misdrijven 2024 is seks zonder instemming strafbaar, maar bij ontkenning van de verdachte blijft aanvullend bewijs nodig. Zonder dat blijft het vaak ‘het ene woord tegen het andere’.
Heb je te maken (gehad) met seksueel geweld, of iemand uit je omgeving, dan kun je (anoniem) contact opnemen met het Centrum Seksueel Geweld, telefoon 0800-0188. Of kijk op de website.

