The Fats of Life
| Looptijd: | 2025–2030 |
| Subsidieverstrekker: | Wellcome Trust (£ 400.000, € 458.688) |
| Opvallend: | Samenwerking met University College London |
Dierlijke en plantaardige vetten in vroegmoderne geneeskunde
Dit project onderzoekt de rol van dierlijke en plantaardige vetten in de geneeskunde van 1500 tot 1750. Door koloniale expansie en wereldwijde handel kwamen nieuwe ‘exotische’ vetten, zoals walvistraan en palmolie, beschikbaar op de Europese markt. The Fats of Life inventariseert hoe deze vetten nieuwe remedies mogelijk maakten in een snel groeiend en steeds commerciëler zorglandschap. Daarbij wordt gekeken naar zowel de geneeskundige behandeling van mensen als de medische zorg voor dieren.
Afbeelding: veterinaire handeling of specifieke methode om een jachthond medicatie toe te dienen (detail). Uit het manuscript ‘Von der Hirsch Schweins, Hasen, Fuchs vnd Dachs Jagt’ (over de jacht op herten, zwijnen, hazen, vossen en dassen), ca. 1550-1580, bewaard in de Sächsische Landesbibliothek, Staats- und Universitätsbibliothek Dresden.
Het project plaatst de Nederlandse geschiedenis nadrukkelijk in een internationale context, met als doel aan te tonen hoe kolonialisme, grondstoffenwinning en medische kennis met elkaar waren verweven. Daarmee biedt het onderzoek historische verdieping bij actuele vragen over de relatie tussen gezondheid, natuur en mondiale ongelijkheid.
Een belangrijk deel van het onderzoek richt zich op de handel in vetten via de Vereenigde Oostindische Compagnie (VOC). Met behulp van onder meer de door GLOBALISE gedigitaliseerde VOC-archieven wordt gekeken naar welke vetten werden verhandeld, in welke hoeveelheden, en met welke gevolgen voor gezondheid en zorgpraktijken in Europa en daarbuiten.

Walvisvangst in de Poolzee (detail), Abraham Storck, ca. 1654-1708. Drie Hollandse walvisvaarders in de Poolzee tussen ijsbergen waar op walvissen wordt gejaagd. Het schip rechts draagt de naam ‘De Jonas’ op de spiegel. Collectie Rijksmuseum.
Ook aandacht voor de medische zorg voor dieren
Het project brengt bovendien een overzicht van ‘multispecies geneeskunde’ in kaart, waarin gezondheid werd gezien als onderling verbonden met niet-menselijke levensvormen. Door de rol van vetten bij de behandeling van zowel mensen als dieren te belichten, levert dit onderzoek een nieuw perspectief op de vroegmoderne geneeskunde en maakt het de onderlinge afhankelijkheden tussen soorten zichtbaar.
Theoretisch onderzoek
In deze periode waren dierlijke en plantaardige vetten onmisbare ingrediënten in allerlei medische behandelingen: van wond- en brandwondenzorg tot middelen tegen buikklachten en zenuwaandoeningen.
Op basis van archief- en gedrukte bronnen in het Engels, Duits en Nederlands reconstrueert dit project een internationale ‘farmacopee’ van dierlijke en plantaardige vetten. In kaart wordt gebracht welke vetten werden gebruikt, tegen welke aandoeningen, en waarom.

Stilleven met apothekerspotten, een man en een hond (detail) door Giovan Domenico Valentino, ca. 1661-1680. Wellcome Collection.
Daarbij staat de materiële kant centraal: wat maakte een vet geschikt als verzachtend middel, bindmiddel of emulgator? Hoe bepaalden geur, textuur of smeltpunt de medische toepassing?
Expertimenteel onderzoek
Ook onderzoekt het project hoe de komst van nieuwe, vaak als ‘exotisch’ beschouwde vetten leidde tot experimenten door chirurgen en apothekers, maar ook door gewone mensen thuis.

Der Apotecker door Jost Amman, 1568. Centraal staat een apotheker die met een vijzel en stamper ingrediënten fijnmaalt om medicijnen te bereiden. Collectie National Library of Medicine.
Om het onderzoek tastbaar te maken worden ongeveer dertig historische recepten uit de bronnen opnieuw gemaakt en getest. Deze experimentele aanpak sluit aan bij projecten binnen het Huygens Instituut zoals PRESERVARE en Visualizing the Unknown, waarin materiële reconstructie ook een belangrijke rol speelt.