09-09-2025

Huygensdirecteur Dirk van Miert bijzonder hoogleraar in Utrecht

Vanaf augustus 2025 is Dirk van Miert bijzonder hoogleraar Kennisgeschiedenis vanuit Digitaal Perspectief aan de Universiteit Utrecht. Daarnaast is hij directeur van het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis en Cultuur. Het toonaangevende onderzoeksinstituut heeft speciale expertise in digitalisering, toegankelijkheid en interpretatie van historische bronnen en archieven. ‘Ik vergelijk onze digitale tools wel eens met de nieuwste ruimtetelescopen, Historici kunnen veel dieper kijken naar het verleden. Zo worden ook in de geesteswetenschappen grote nieuwe ontdekkingen gedaan.’

Cultuurhistoricus met digitaal perspectief

Dirk van Miert is cultuurhistoricus en latinist. Sinds 2022 leidt hij het Huygens Instituut. Vanaf augustus 2025 combineert hij dit met een hoogleraarschap in Utrecht. In het vakgebied worden historische bronnen grootschalig gedigitaliseerd en toegankelijk gemaakt voor baanbrekend onderzoek. Van Miert: ‘Niet alleen voor wetenschappers maar ook voor het brede publiek.’ Dit sluit aan bij de nationale strategie digitaal erfgoed (2025–2028).

Baanbrekend geschiedkundig onderzoek

Deze digitale revolutie bouwt voort op een lange traditie van het Huygens Instituut. Al meer dan een eeuw buigt het instituut zich over het uitgeven en interpreteren van historische bronnen en literaire teksten. Bekend zijn de ‘Grote Groene Delen’ van de Rijks Geschiedkundige Publicatiën (RGP) waarin de historische bronnen werden gepubliceerd. Tegenwoordig bekleden de deftige groene banden een wand in de kantine van het instituut, deels achter beschermglas.

Dirk van Miert tijdens een interview op Radio 1.

Luister naar Dirk van Miert in het programma Villa vdB op Radio 1.

Digitale ontsluiting gaat steeds om de transformatie van ruwe data (papieren documenten) naar gestructureerde informatie die toegankelijk is, die kennis oplevert. Daarbij rijzen vragen: hoe werden gegevens verzameld, geselecteerd en doorgegeven? Welke informatie gaat verloren en wie maakt daarin keuzes?

Ethische vragen versus complotdenken

Van Miert: ‘Historici en editiewetenschappers die bronnen uitgeven en databanken ontwikkelen, analyseren alle stappen in het proces van dataselectie tot interpretatie, en stellen de ethische vragen die erbij horen. Dit is belangrijk voor wetenschap én samenleving. Want we doen allemaal kennis op uit de data die we dagelijks downloaden op onze telefoons. Ga je daar slordig mee om, dan beland je al snel in misrepresentatie, nepnieuws en complottheorieën.’

‘Ik vergelijk onze digitale tools voor geschiedkunde wel eens met de nieuwste ruimtetelescopen.’ Dirk van Miert in het Huygens Instituut.

Grote nieuwe ontdekkingen

Digitalisering van bronnen is een enorme aanwinst voor de geesteswetenschappen. Slimme scanners ontsluiten kilometers aan archieven en miljoenen aan vergeten boeken. Onderzoekers kunnen daardoor sneller zoeken en veel meer vinden. ‘Zo worden feiten en verhalen opgediept die onze blik op de geschiedenis en de wereld veranderen.’

De digitale ontsluiting van de VOC-archieven heeft bijvoorbeeld een schat aan nieuwe informatie opgeleverd over de vroegmoderne geschiedenis van Azië, Afrika en Australië, maar ook over economie, cultuur en ecologie. ‘Vooral over culturen en groepen die eerder buiten beeld bleven.’

Vergelijkbaar met de nieuwste ruimtetelescopen

Van Miert: ‘Ik vergelijk dit wel eens met de nieuwste ruimtetelescopen. Geesteswetenschappers kunnen met onze nieuwe digitale tools veel dieper kijken in het verleden. Maar net zoals er veel wiskundige berekeningen nodig zijn voordat we snappen wat een ruimtetelescoop ons laat zien, is er bij het omzetten van oude bronnen naar een digitale omgeving veel kennis nodig over de historische context. Wie schreef dit op, wanneer, waar, voor wie, met welk doel, welke moderne vertaling moeten we gebruiken? Daarom gaat onze digitalisering altijd hand in hand met het bestuderen van kennispraktijken.’

Tegelijkertijd roept digitalisering nieuwe vragen op. Wie beheert de data, welke nieuwe afhankelijkheden kunnen daarbij ontstaan, en hoe voorkomen we misbruik en uitsluiting? Van Miert: ‘Elk archief is bovendien het product van zijn tijd, dus we kunnen als modern publiek nooit zomaar conclusies trekken. We moeten iets weten van de context.’

Context is cruciaal

De recente ontsluiting van gevoelige WOII-dossiers uit het CABR (Centraal Archief Bijzondere Rechtspleging) laat zien hoe belangrijk context is. Digitale zoekfuncties bieden nieuwe historische inzichten en kunnen nabestaanden antwoorden geven, maar interpretatie moet zorgvuldig gebeuren. Van Miert: ‘We moeten zeker weten dat onze interpretatie klopt met wat er werkelijk staat, met wat er niet staat en met wat er tussen de regels staat. Context bieden is dus cruciaal. We kunnen met pop-ups iets uitleggen, verklaren of een verband leggen. Daar besteden we binnen het Huygens Instituut veel aandacht aan. We ontwikkelen hiervoor zelfs speciale software, deels met ai.’

Technologische revolutie versus onveranderde machtsstructuren

Ook zijn leerstoel staat in het teken van het spanningsveld tussen gedigitaliseerde bronnen en context. Van Miert: ‘We zitten in een technologische revolutie, maar onze maatschappelijke machtsstructuren veranderen nauwelijks. Wie beheert de data? Welke rol spelen tracking, surveillance en archieven in machtsverhoudingen? Technologie krijgt pas betekenis met ethiek en historische reflectie. Zonder duiding en context riskeren we dat digitale data, net als de papieren archieven uit het verleden, worden misbruikt of eenzijdig gelezen. Ik zal mijn studenten, de jonge tekst- en archiefgeleerden, op het hart drukken dat zij net zo hard nodig zijn als de jonge techneuten.’

 

Dirk van Miert zet de ladder klaar om een boek te pakken uit de hoge boekenwand.