Nederlands | English
 

‘Zorg dat het keukenpersoneel Frans is!’

Hoe vorm je als buitenlander een koninklijk hof in een meer dan tweehonderd jaar oude republiek? Senior onderzoeker Jos Gabriëls kwam al snel tot interessante inzichten over hoe Lodewijk Napoleon deze moeilijke opgave aanpakte.

Gabriëls vergelijkt de vorstenhoven in de Napoleontische koninkrijken Holland, waar van 1806 tot 1810 Louis Bonaparte regeerde, en Westfalen, waar tussen 1807 en 1813 Jérôme Bonaparte monarch was. Maar ook andere zogeheten ‘broeder-koninkrijken’ (royaumes frères) zullen in de vergelijking worden betrokken. De Franse keizer had namelijk niet alleen in Den Haag/Amsterdam en Kassel familieleden op de koningstroon geplaatst, maar eveneens in Milaan, Napels en Madrid.

De wijze waarop Lodewijk Napoleon zijn hof vormde, is inmiddels onderzocht in de eerste fase van het project ‘Monarchie in Beroering, 1780-1820’. Het onderzoek leverde meteen al interessante inzichten op. Nadat hij in juni 1806 door zijn keizerlijke broer plotseling koning van Holland was gemaakt, bevond Lodewijk Napoleon zich als koning én als buitenlander in een extra moeilijke positie. De Noordelijke Nederlanden waren immers al vanaf de late zestiende eeuw een republiek geweest en moesten, zeker na de Bataafse revolutie, weinig hebben van een monarchie. En degenen die daar wel voor zouden voelen, wilden een Oranjeprins en geen Franse parvenu op de troon.

Louis Bonaparte als Franse prins, kort voor zijn vertrek naar Holland. Schilderij door François Gérard uit 1806. (c) Museum Kasteel van Fontainebleau

Louis Bonaparte als Franse prins, kort voor zijn vertrek naar Holland.
Schilderij door François Gérard uit 1806. (c) Museum Kasteel van Fontainebleau

Bij zijn aantreden liet Lodewijk Napoleon de zittende ministers en bestuurders vrijwel allen in functie. Maar hofdignitarissen kon hij niet overnemen, omdat met het vertrek van de laatste stadhouder in 1795 ook diens hof verdwenen was. De keuze van deze personeelsleden was echter niet onbelangrijk. Aangezien zij in zijn voortdurende nabijheid verkeerden, moest de koning hen volledig kunnen vertrouwen. ‘Wees voorzichtig met het aanstellen van autochtonen in paleisfuncties’, waarschuwde Napoleon om die reden. ‘Als je niet wilt worden vermoord of vergiftigd, zorg dan in ieder geval dat de gardecommandanten en het keukenpersoneel Fransen zijn!’

De door Lodewijk Napoleon gekozen oplossing was gelijk aan die van zijn verwanten in Milaan, Napels, Kassel en Madrid en lag eigenlijk voor de hand. Als broer van de Franse keizer was hij sinds 1804 een Franse prins. Als zodanig beschikte hij in zijn Parijse stadspaleis over eigen hofpersoneel, dat bestond uit jeugdvrienden, collega-legerofficieren en adellijke kennissen van zijn echtgenote Hortense de Beauharnais en haar moeder, keizerin Joséphine. Meer dan driekwart van hen wist hij over te halen hem van Parijs naar Holland te volgen. Zodoende werden bij het begin van Lodewijk Napoleons koningschap zowel de representatieve functies (opperhofmaarschalk, opperkamerheer, opperstalmeester en opperjagermeester) als de hoge administratieve posten (intendant-generaal, thesaurier-generaal en kabinetssecretaris) allemaal bezet door Fransen. En, Napoleons waarschuwing indachtig, gold uiteraard hetzelfde voor de gardecommandanten en de keukenmeester!

Het NWO-project ‘Monarchie in Beroering, 1780-1820 is op 1 september 2017 van start gegaan. In het project worden in drie afzonderlijke, maar nauw samenhangende sub-projecten voor elk van de deelperioden van het tijdvak 1780-1820 kleine Nederlandse vorstenhoven vergeleken met Duitse tegenhangers. De vorstenhoven van het late Ancien Régime (1780-1795) en de vroege Restauratie (1813-1820) worden bestudeerd door de onderzoekers van de Universiteit Leiden. Jos Gabriëls heeft als postdoc bij het Huygens ING de tussenliggende, Napoleontische periode voor zijn rekening genomen.