Terug naar het overzicht

The Art of Reasoning

Het project ‘The Art of Reasoning: Techniques of Scientific Argumentation in the Medieval Latin West (400-1400)’ van Mariken Teeuwen en Irene van Renswoude, gehonoreerd in de Vrije Competitieronde van NWO Geesteswetenschappen 2015, is van start gegaan per 1 juni 2016. Het project gaat over wetenschappelijke methoden van argumenteren en redeneren van de vroege Middeleeuwen tot in de bloeiperiode van de middeleeuwse universiteiten. Het onderzoeksteam bestaat uit Mariken Teeuwen, Irene van Renswoude en Irene O’Daly.

In het huidige grote verhaal over de intellectuele geschiedenis van middeleeuws Europa begint alles pas in de twaalfde eeuw: de periode waarin de eerste universiteiten gesticht werden en nieuwe teksten uit de Griekse filosofische traditie via het Arabisch het Westen bereikten. De echte wetenschap, zo zegt men, begint op het moment dat er aan de universiteiten een methode ontwikkeld wordt die autoriteiten kritisch benadert. Het is de methode van de dialectiek, waarbij een stelling getoetst wordt door middel van argumenten en tegenargumenten en de wetenschapper een nieuwe synthese formuleert.

In ‘The Art of Reasoning’, echter, betogen wij dat de wetenschappelijke methode van argumenteren en redeneren niet een vernieuwing was van de twaalfde eeuw, maar altijd al de basis was van wetenschap in het Westen, van de Oudheid tot nu. Maar daar waar in de twaalfde eeuw nieuwe tekstgenres ontstaan die de dialectische benadering benadrukken, nam deze vóór deze tijd (en trouwens ook nog erna) de vorm aan van ‘parateksten’: teksten in de marge en op schutbladen, commentaren, glossen en diagrammen.

Afbeelding 1: Paris, BnF, Latin 11127, f. 49v (detail): diagrammen bij een commentaar van Boethius op Aristoteles, 10e eeuw, handschrift uit de kring van Gerbert van Aurillac. Bron: gallica.bnf.fr.

Deze parateksten waren tot nu toe grotendeels ontoegankelijk voor moderne wetenschappers. Traditioneel maakten zij geen deel uit van de historisch-kritische editie. Ze waren uitsluitend zichtbaar voor het handjevol handschriften-deskundigen en filologen die voor hun onderzoek naar de bijzondere collecties van Europese bibliotheken reisden, maar niet voor het merendeel van de geesteswetenschappelijke onderzoekers die hun onderzoek baseerden op edities. Sinds 2000, echter, hebben steeds meer bibliotheken foto’s van hun handschriftencollecties online geplaatst. Nu kan men zien hoe schrijvers hun teksten prepareerden voor hun lezerspubliek en hoe lezers er verschillende lagen aantekeningen aan toevoegden. De stemmen uit de marge getuigen vanaf de late Oudheid tot in de late Middeleeuwen van een wetenschappelijke omgang met teksten: tekstversies worden met elkaar vergeleken, passages die niet kloppen worden gemarkeerd, contrasterende meningen van autoriteiten naast elkaar geplaatst en met elkaar geconfronteerd. Met andere woorden: de aantekeningen bieden een veel rijker beeld van de middeleeuwse intellectuele cultuur dan we tot nu toe hadden.

Afbeelding 2: Enkele bladranden van handschrift Leiden, UB, BPL 144, Boethius en Martianus Capella. Nederlanden, 12e eeuw. Bron: UB Leiden

Mariken Teeuwen, Irene van Renswoude en Irene O’Daly gebruiken dit materiaal om tot nieuwe inzichten te komen over wetenschappelijke methoden en technieken in de Middeleeuwen. Door zowel de periode vóór de opkomst van de universiteiten als daarna te bestuderen zullen we in staat zijn om de evolutie van de Westerse wetenschappelijke traditie op een nieuwe manier te analyseren, aan de hand van de aantekeningen van zowel bekende als anonieme geleerden, monniken, meesters, studenten en lezers.