Nederlands | English

Eind 16e eeuw kwamen Nederlandse koopvaarders naar Afrika om een graantje mee te pikken van de handel die daar al meer dan een eeuw door de Portugezen met de inheemse bevolking gedreven werd. De oorlog met Spanje, waarmee Portugal toen verbonden was, vormde een belangrijk motief voor de Republiek der Verenigde Nederlanden om de Portugezen afbreuk te doen (het ‘Groot Desseyn’). Het lukte de Westindische Compagnie (WIC) vaste voet te krijgen op verschillende plaatsen aan de Afrikaanse Westkust, van Mauretanië tot Angola. Elmina, dat het centrum van de Nederlandse macht in West-Afrika zou worden, werd in 1637 veroverd op de Portugezen. Uiteindelijk bleven slechts een aantal forten en handelsposten in een kuststrook van een paar honderd kilometer bij die plaats, aan de ‘Kust van Guinea’, vooral in het huidige Ghana, behouden – zelfs na de opheffing van de WIC in 1792. Handel in goud, ivoor en mensen bracht geld in het laatje. De slavenhandel speelde een belangrijke rol in de driehoekshandel met het Westindische gebied. De felle concurrentie en de vele oorlogen beperkten echter de winsten. In de 19e eeuw was het bezit louter een kostenpost geworden. De overdracht aan Groot-Brittannië in 1872 bevrijdde Nederland van een last.

Onderzoekers Van Dantzig, Schiltkamp en De Smidt hebben in de afgelopen decennia een groot aantal teksten van verdragen, reglementen, instructies, resoluties en aanverwante documenten betreffende de Nederlandse aanwezigheid aan de kust van Guinea verzameld, getranscribeerd en bewerkt. Het materiaal vormt een belangrijke bron voor de geschiedenis van de WIC maar ook voor die van Ghana, de slavenhandel, etcetera. Huygens ING verzorgt de publicatie van die erfenis. Het Plakkaatboek zal in druk verschijnen als deel V in de reeks Westindische Plakaatboeken.

Contactpersoon

Henk-Jan van Dapperen