Nederlands | English
 

Over het onderzoek ‘Het Literaire Werk 2.0’

 

Het Literaire Werk 2.0 is gestart per 1 augustus 2015 als pilot, gesubsidieerd vanuit de Vernieuwingsgelden Editieproces van de KNAW. Het pilotproject voorziet in het opzetten, testen en beperkt uitvoeren van het onderzoek. Het is bedoeld als experiment-opstelling voor een breder en meerjarig onderzoek, waarvoor hier de technische en theoretische basis wordt gelegd.

 

Onderzoek naar het ontstaan en de publicatie van literaire werken wordt traditioneel verricht op basis van handschriftelijk en gedrukt materiaal. Met de intrede van de computer in de werkkamer van de schrijver dreigen deze bronnen te verdwijnen. Marita Mathijsen (2009) is ronduit somber over deze ontwikkeling en waarschuwt voor ‘het einde van een tijdperk’ voor de editiewetenschap. Meer recent, en wellicht meer up to date, delen andere textual scholars dit pessimisme niet, maar constateren wel dat de studie naar tekstgenese/-variatie in het digitale tijdperk een essentiële uitdaging is waar het onderzoeksveld zich nog nauwelijks rekenschap van heeft gegeven (zie o.a. Crombez (2014), Kirschenbaum/Reside (2013) en Van Hulle (2014)).

Er is inderdaad nog geen systematisch onderzoek verricht naar de schrijf- en bewaargewoontes van hedendaagse – digitaal werkende – auteurs. In methodologisch opzicht dringen zich vragen op als: hoe verhoudt hun werkwijze zich tot die van ‘traditionele’ schrijvers, wat kan van die werkwijze nog worden geregistreerd of gereconstrueerd, en zijn de wetenschappelijke terminologie (werkfase, stadium, versie, werk, etc.) en methodologie nog wel toereikend om het literaire creatieproces van moderne auteurs weer te geven en te analyseren? Een andere veronderstelling die nadere toetsing verdient is dat het schrijven in de digitale wereld tot andere vormen van literatuur leidt. Via internet liggen ongekende hoeveelheden bronnen voor het oprapen, kan het creatieve proces op elk moment met anderen worden gedeeld (social media) en zijn de mogelijkheden voor verspreiding en (tussentijdse) publicatie legio. De productie van literatuur verandert hierdoor wezenlijk, de literatuur zelf ook (Van der Weel 2011)?

In technisch opzicht wil Het Literaire Werk 2.0 het creatieve proces onderzoeken door (1) in kaart te brengen welke digitale middelen schrijvers gebruiken (en hoe) en bewaren, (2) schrijvers real time te volgen d.m.v. toetsaanslag-/ muis- en spraakregistratie, (3) de informatie van bestaande dragers te analyseren, en (4) de problematiek van de beschikbaarheid/opslag/duurzaamheid van digitale schrijversarchieven in kaart te brengen.

De volledige projectbeschrijving/onderzoeksaanvraag vindt u hier.

Partners

Letterkundig Museum – Irma Benliyan

Universiteit Antwerpen, Centre for Manuscript Genetics - Dirk Van Hulle

Universiteit Antwerpen, Onderzoeksgroep Management -Luuk Van Waes en Mariëlle Leijten

Referenties

Crombez, Thomas. “Genetic Criticism and the Auto-Saved Document.” DH Benelux. 2014.

Hulle, Dirk Van. Modern Manuscripts: The Extended Mind and Creative Undoing. Bloomsbury, 2014

Mathijsen, Marita. “Genetic Textual Editing: The End of an Era.” Was Ist Textkritik? What Is Textual Criticism? On the History and Relevance of a Central Concept in Editing Zur Geschichte Und Relevanz Eines Zentralbegriffs Der Editionswissenschaft (Innsbruck 2/04). Berlin, Boston: De Gruyter, 2009

Kirschenbaum, Matthew, and Doug Reside. “Track Changes: Textual Scholarship and the Challenge of the Born Digital.” The Cambridge Companion to Textual Scholarship. Ed. N. Fraistat and J. Flanders. Camebridge: Camebridge University Press, 2013.

Weel, Adriaan van der. Changing our textual minds. Towards a digital order of knowledge. Manchester/New York, 2011.