Nederlands | English

Onze kennis van Latijnse teksten uit de Oudheid en Laatantieke periode is vooral gebaseerd op manuscripten uit de vroege Middeleeuwen. De marges van deze manuscripten bevatten aantekeningen die laten zien dat de teksten niet alleen maar overgeleverd werden, maar dat ze actief werden bestudeerd en gebruikt. Lange tijd zijn ze beschouwd als onbeduidende schrijfsels van anonieme monniken. ze vormen juist veelzeggende bronnen van intellectuele geschiedenis: zij vertellen het verhaal van de veranderingen in kennis op velerlei gebied, van de natuurlijke fenomenen van de kosmos tot de orthodoxe leer over predestinatie. Zij geven inzicht in de methoden en interesses van wetenschap en onderzoek in deze periode.

De praktijken van het annoteren van handschriften zijn tot op heden nauwelijks in kaart gebracht. Dit project, dat liep van mei 2011 tot mei 2016, heeft ze in de schijnwerpers gezet, omdat ze een onverwacht rijk en nieuw licht werpen op het intellectuele leven in Europa in de vroege Middeleeuwen.

Het onderzoek benadert de marginalia vanuit drie complementaire invalshoeken:
Het fenomeen van het annoteren van teksten met behulp van a-tekstuele symbolen (dr. E. Steinova);

De rol van marginale annotaties in de vroegmiddeleeuwse wereld van debat en controverse, van intellectuele vrijheid en censuur (dr. I. van Renswoude);

Een synthetiserende beschrijving en analyse van praktijken van annoteren, centra van commentaarproductie en karakteristieke vormen van annotatie door individuele geleerden of geleerde kringen (Prof.dr. M.J. Teeuwen).

Contact

Prof.dr. M.J. Teeuwen 

Meer informatie over het project

https://www.huygens.knaw.nl/marginal-scholarship-vidi/

Blog

Voicesfromtheedge.huygens.knaw.nl