Nederlands | English

Achtergrond

De Napoleontische tijd, met name de periode 1806-1813, vormde een tijdperk van crisis, gekenmerkt door omvangrijke oorlogen, grote politieke veranderingen en sterk economisch verval. Toch weten sommige gemeenschappen zich goed staande te houden, terwijl er echter ook groepen zijn die de crisis niet te boven kunnen komen. Hoe en in welke mate men er in slaagt om een crisistijd te overbruggen lijkt sterk afhankelijk te zijn van de veerkracht en flexibiliteit van lokale instellingen en netwerken. Zij hebben de capaciteit om continuïteit te waarborgen en het vermogen om de scherpste kanten van de crisis te verzachten en de meest schadelijke gevolgen van de rampspoed op te vangen.

Opnamedatum:  2013-07-18

Hernieuwde vriendschap tussen Nederland en Groot-Brittannië, 1813, anoniem, 1813 (Rijksmuseum)

Vooral de groep van kooplieden werd zwaar getroffen door het Continentaal Stelsel, de volledige en continentale handelsblokkade van Engeland die Napoleon in november 1806 met het Decreet van Berlijn officieel instelde. De maatregelen in het kader van het Continentaal Stelsel, de uitvoering hiervan en hun gevolgen zullen dan ook als uitgangspunt worden genomen om de werking en de veerkracht van de lokale netwerken en instellingen in de Napoleontische tijd nader onderzoeken. Speciale aandacht zal daarbij uitgaan naar de interactie tussen de centrale overheid  de lokale overheid en de kooplieden zelf en naar de mechanismen binnen de lokale gemeenschap die al dan niet voor soepelheid, bescherming en het verzachten van de tegenspoed zorgden en die daarmee de overlevingskansen van de koopliedengemeenschap hebben medebepaald.

Douaniers (spotprent)(veerkracht)

Spotprent op de douaniers, 1813, Jacob Smies, 1813 (Rijksmuseum)

Projectomschrijving

Het project bestaat uit twee onderzoeken die parallel in Nederland en in Vlaanderen zullen worden uitgevoerd. Voor zowel het Noorden als het Zuiden was de Napoleontische tijd van groot belang. In deze jaren vonden fundamentele institutionele en politieke veranderingen plaats, die tot de wording van de moderne staat zouden leiden. Tegelijk zorgden het gevoerde economische beleid en de zware oorlogsomstandigheden voor ingrijpende economische verschuivingen en een herstructurering van de economie. Voor het project zal veel oorspronkelijk bronnenonderzoek worden verricht in verschillende archieven op lokaal, nationaal en internationaal niveau. Het Noordelijk deel van het onderzoek zal zich in eerste instantie richten op Rotterdam en het achterland en is in handen van prof.dr. Marjolein ’t Hart, projectleider, en dr. Johan Joor, sinds 1 juni 2016 postdoc onderzoeker (beiden Huygens ING/KNAW). Het Zuidelijk deel richt zich op Antwerpen en Oostende en wordt geleid door dr. Hilde Greefs en uitgevoerd door een per 1 oktober aan te stellen PhD (beiden Universiteit van Antwerpen).

Het project wordt gesubsidieerd door NWO en FWO en heeft een looptijd van vier jaar.

Contact

Johan Joor