Nederlands | English

Huygens ING heeft in samenwerking met het IISG een KNAW Onderzoeksfonds subsidie verworven voor het project ‘Digital forensics for historical documents. Cracking cold cases with new technology’. In dit project worden technieken van digitale beeldanalyse gebruikt om op een nieuwe manier historische schriftsamples te analyseren. Het project loopt van juni 2018 tot en met juni 2021.

Paleografische analyse met forensische methode

Het Digital Forensics-project wil een brug slaan tussen twee verschillende manieren van handschriftanalyse: de forensische en de paleografische methode. In forensisch onderzoek is de handschriftanalyse erop gericht om een uniek profiel vast te stellen van het individu, en zo vast te kunnen stellen wie de tekst geschreven heeft. De paleografie houdt zich bezig met het bestuderen en ontcijferen van oude handgeschreven boeken, om zo aan de hand van het uiterlijk van de letters zelf (en andere tekstelementen) te kunnen bepalen waar en wanneer iets geschreven is. Het doel van het Digital Forensics-project is om de twee methodes met elkaar te combineren in één digitale omgeving. Door digitale beeldverzamelingen en datasets te combineren en exploreren, willen we een deep learning-systeem ontwikkelen dat de unieke karakteristieken (de vingerafdruk) van een bepaald schriftvoorbeeld matcht met de schriftvoorbeelden die er het meest op lijken. Deze methode is nu voor het eerst mogelijk, omdat grote hoeveelheden beeldmateriaal van handgeschreven teksten uit de middeleeuwen en vroegmoderne tijd digitaal beschikbaar zijn, in een gedeeld standaardformaat: IIIF.

Universiteit Leiden en Microsoft

Huygens ING en IISG werken in dit project samen met twee partners: de Universiteit Leiden en Microsoft. Het project is onderverdeeld in twee deelprojecten. In het ene traject gebruiken de onderzoekers handgeschreven materiaal uit de tijd van de VOC, in het andere middeleeuwse handgeschreven boeken. In het eerste traject zal de analyse zich richten op het identificeren van individuele handen (‘wie schreef wat?’). Hierin werken Matthias van Rossum, Charles van den Heuvel en Sebastiaan Derks samen met een nog aan te stellen programmeur en data-analist. Het tweede traject focust zich op het ontwikkelen van een nieuwe manier om middeleeuwse handgeschreven boeken te analyseren (‘wat is wanneer en waar geschreven?’). In dit traject werken Rutger van Koert, Mariken Teeuwen en Erik Kwakkel samen met een nog aan te stellen PhD student.

Het project start in juni 2018 en heeft een looptijd van 3 jaar.

Bij het project zijn o.a. betrokken: Mariken Teeuwen, Rutger van Koert, Charles van den Heuvel, Sebastiaan Derks, Jan Burgers, Gertjan Filarski (allen Huygens ING), Matthias van Rossum (IISG) en Erik Kwakkel (Universiteit Leiden). Een PhD student, een software engineer en een data-analist worden geworven. Engineers van Microsoft en H.J. van den Herik van het Leiden Institute of Advanced Computer Science (LIACS) bieden advies en ondersteuning.

Contact

Mariken Teeuwen