Nederlands | English
 

Herman Brinkman

  • Dr Herman Brinkman
  • Senior researcher
  • Department of Literary Studies
  • Specialisation: history of literature
  • herman.brinkman@huygens.knaw.nl
  •  +31 (0)20-2246805

Biography:

Herman Brinkman (1958) studied Dutch Language and Literature at the University of Amsterdam, where he gained his PhD cum laude in 1997 with a thesis entitled Dichten uit liefde. Literatuur in Leiden aan het einde van de Middeleeuwen. Immediately after this he was affiliated as a postdoc with the research project ‘Nederlandse Literatuur en Cultuur van de Middeleeuwen’ (at the University of Leiden). He has been working at Huygens ING since 1994, first as a scientific project member of staff and then as a researcher. At present he is a senior researcher and supervises the ‘Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden’ project group; he is also editor of textualscholaship.nl and member of the ‘Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden’ project committee, which consists of representatives from Dutch and Flemish Dutch Studies. From 2006 untill 2013 he was a board member of the European Society for Textual Scholarship and from 2009 untill 2014 he has been a professor of ‘Tekstoverlevering en teksteditie, in het bijzonder van de middeleeuwen’ (Text tradition and text edition, especially of the Middle Ages) at the University of Amsterdam.

Awards

  • Vijfjaarlijkse prijs van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (Gent) voor de studie van oudere taal, literatuur en cultuur in de Nederlanden (oeuvreprijs, 2014)
  • Het project BoschDoc, waaraan Brinkman namens het Huygens ING meewerkte, werd bekroond met de Nederlandse Dataprijs 2016 (categorie humaniora en sociale wetenschappen)

Research and other projects:

Major Publications

  • Het Gruuthuse-handschrift. Hs. Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, 79 K 10. Ingeleid en kritisch uitgegeven door Herman Brinkman. Met een uitgave van de melodieën door Ike de Loos (†). 2 dln. Hilversum: Verloren. 2015 (Middelnederlandse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden, XIII).
  • ‘“Ziet tende van uwer aerbeit”. Een reconstructie van de wordingsgeschiedenis van het Gruuthuse-handschrift’. In: Frank Willaert (red.), Het Gruuthuse-handschrift in woord en klank. Nieuwe inzichten, nieuwe vragen. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 2010 (Studies op het gebied van de oudere Nederlandse letterkunde, 4), p. 25-42, 201-202.
  •  (met Ike de Loos, i.s.m. de Koninklijke Bibliotheek, Den Haag), Het Gruuthuse-handschrift [integrale, diplomatische webeditie met toelichtende teksten van hs. Den Haag, KB, 79 K 10 (Het Gruuthuse-handschrift)], Den Haag, 2007.
  • ‘Het wonder van Molenbeek. De herkomst van de tekstverzameling in het handschrift-Van Hulthem’. In: Nederlandse letterkunde 5 (2000), p. 21-46.
  •  Dichten uit liefde. Literatuur in Leiden aan het einde van de Middeleeuwen. Hilversum, 1997 (Middeleeuwse Studies en Bronnen, LIII).

Other Information

Inaugural Speech

Publications

Digital publications

2011

  •  ‘Het editeren van Middelnederlandse teksten nu en in de toekomst’. In: Textualscholarship.nl (2011)

2010

  • (met J.A..A.M. Biemans, i.s.m. de Koninklijke Bibliotheek, Den Haag). Lancelot, webeditie van de Lancelotcompilatie. Den Haag: Koninklijke Bibliotheek.

2009

  •  (red.), Nooit in ruste. De bewogen middeleeuwen van Herman Pleij. Neerlandistiek.nl. (2009)
  •  ‘Oude en nieuwe filologie bij Herman Pleij’. In: Neerlandistiek.nl (2009) (09.01c).

2007

  •  (met Ike de Loos, i.s.m. de Koninklijke Bibliotheek, Den Haag), Het Gruuthuse-handschrift [integrale, diplomatische webeditie met toelichtende teksten van hs. Den Haag, KB, 79 K 10 (Het Gruuthuse-handschrift)].

To be published

  • ‘Dankwoord’ [bij de aanvaarding van de Vijfjaarlijkse prijs voor oudere taal, letterkunde en cultuur in de Nederlanden] In: Jaarboek van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (2015).
  • ‘Entering the commercial scriptorium: History of the book at the cross section of codicology and textual scholarship’. In: Patricia Stoop (red.), Commercial Book Production in Western Europe in the late Middle Ages.
  • ‘Dankwoord’ [bij de aanvaarding van de Vijfjaarlijkse prijs voor oudere taal, letterkunde en cultuur in de Nederlanden] In: Jaarboek van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (2015).

2015

  • ‘Jan van Hulst alias Jan Moritoen? Een stylometrisch perspectief op de notie ‘Gruuthusedichters’. In: Frank Willaert, Jos Koldeweij & Johan Oosterman (red.), Het Gruuthusehandschrift: Literatuur, muziek, devotie rond 1400. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, p. 59-76 (Studies op het gebied van de oudere Nederlandse letterkunde).

2014

  • ‘Wie waren “meester Jan”?’. In: Marjolein Hogenbirk & Roel Zemel (red.), Want hi verkende dien name wale. Opstellen voor Willem Kuiper. Amsterdam/Münster: Stichting Neerlandistiek VU/ Nodus Publikationen, p. 37-44.
  • ‘Annexation and Restitution. The Politics of Textual Scholarship and the Dutch-German Literary Continuum’. In: Michael Stolz & Yen-Chun Chen (red.), Internationalität und Interdisziplinarität der Editionswissenschaft. Berlin, Boston: De Gruyter, p. 181-189 (Beihefte zu Editio, 38).

2013

  • (met Maria van  Daalen), Liefde, leven en devotie: poëzie uit het Gruuthusehandschrift (Cahierreeks, 8). Amersfoort: Bekking & Blitz.
  • [Editie van bladzijden uit het Gruuthusehandschrift met woordverklaring]. In: I. Geysen, A.M. Koldeweij & E. Tahon (red.), Liefde & devotie. Het Gruuthusehandschrift: kunst en cultuur omstreeks 1400. Antwerpen: Ludion, p. 22-25, 46-49, 100-103, 166-169, 226-229, 272-275.
  • ‘Het Gruuthusehandschrift’. In: I. Geysen, A.M. Koldeweij & E. Tahon (red.), Liefde & devotie. Het Gruuthusehandschrift: kunst en cultuur omstreeks 1400. Antwerpen: Ludion, p. 104-107.
  • ‘Het Gruuthusehandschrift: ontdekking, onderzoek, waardering’. In: I. Geysen, A.M. Koldeweij & E. Tahon (red.), Liefde & devotie. Het Gruuthusehandschrift: kunst en cultuur omstreeks 1400 . Antwerpen: Ludion, p. 11-21.
  •  ‘Splendorous Art: Words for Oblivion. Origins of Literary Innovation in Dutch during Burgundian Rule’. In: T.-H. Borchert, W. Blockmans, N. Gabriëls, J. Oosterman & A. Van Oosterwijk (red.), Staging the Court of Burgundy: proceedings of the conference “The Splendor of Burgundy”. London/Turnhout: Harvey Miller, p. 41-50.

2011

  •  ‘De Gentse dichter Everaert Taybaert en het stadsdichterschap in de Late Middeleeuwen’. In: Spiegel der Letteren 53, p. 419-442.
  •  ‘Die Gruuthuse-Handschrift und andere Überlieferungsträger der Liedkultur um 1400’. B. Bastert, F. Willaert & H. Tervooren (red.), Dialog mit den Nachbarn. Mittelniederländische Literatur zwischen dem 12. und 16. Jahrhundert(Zeitschrift für deutsche Philologie 130, Sonderheft), p. 51-65.
  •  ‘Het Gruuthuse-handschrift van veraf en dichtbij. Correspondenties tussen literatuur en werkelijkheid’. In: Jaarboek van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (2011), p. 131-142.

2010

  • ‘“Ziet tende van uwer aerbeit ”. Een reconstructie van de wordingsgeschiedenis van het Gruuthuse-handschrift’. In: Frank Willaert (red.), Het Gruuthuse-handschrift in woord en klank. Nieuwe inzichten, nieuwe vragen. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (Studies op het gebied van de oudere Nederlandse letterkunde, 4), p. 25-42, 201-202.
  • ‘Tekstanalyticus David Hoover: Literaire computeranalyse als modern handwerk. Interview met prof.dr. David Hoover’ In:e-data&research 4, p. 5.

2008

  •  ‘Hoffmann von Fallersleben and Dutch medieval folksong.’ In: Dirk Van Hulle & Joep Leerssen (red.), Editing the nation’s memory. Textual scholarship and nation-building in nineteenth-century Europe. Amsterdam-New York: Rodopi, 2008 (European studies. An interdisciplinary series in European culture, history and politics, 26). Amsterdam/New York, NY: Rodopi, p. 255-270.
  •  ‘“Schoon onderworpen droefheid”. Over opmars, resonantie en interpretatie van het Egidiuslied’. In: Louis Peter Grijp & Frank Willaert (red.), De fiere nachtegaal. Het Nederlandse lied in de middeleeuwen.Amsterdam: Amsterdam University Press, p. 129-147.
  •  ‘Zevenentwintig schrijvers op één typemachine.’ [over Herman Nicolaas van der Voort] In: Herman Brinkman, Jeroen Jansen & Marita Mathijsen (red.), Helden bestaan! Opstellen voor Herman Pleij bij zijn afscheid als hoogleraarHistorische Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Amsterdam: Bert Bakker, p. 250-257.
  •  (met Jeroen Jansen & Marita Mathijsen (red.)), Helden bestaan! Opstellen voor Herman Pleij bij zijn afscheid als hoogleraar Historische Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Amsterdam: Bert Bakker.

2007

  • ‘“Der wereld letterkunde – voor Nederlanders bewerkt”. Over vertaalverloop en de beschikbaarheid van klassieken in vertaling.’ In: Filter. Tijdschrift voor vertalen en vertaalwetenschap 14, nr. 3, p. 58-72.
  •  ‘Dilemmata der Dienstbarkeit. Editionen mittelniederländischer Texte im Spannungsfeld zwischen Literatur- und Sprachgeschichte.’ In: Michael Stolz, Robert Schöller und Gabriel Viehhauser (Hrsg.), Edition und Sprachgeschichte. Baseler Fachtagung 2. – 4. März 2005. Tübingen (Beihefte zu Editio 26), p. 185-198.
  • ‘De verwerving van het Gruuthuse-handschrift. Een unieke middeleeuwse tekstcollectie treedt in het volle licht.’ In: De boekenwereld. Tijdschrift voor boek en prent 23 (2006-2007), p. 241-242.

2006

  •  (red., met Luidi Giuliani, Geert Lernout en Marita Mathijsen), Texts in Multiple Versions / Histories of Edtions. Amsterdam / New York: Rodopi (=Variants. The Journal of the European Society for Textual Scholarship 5 (2006)).
  • (met Dirk van Hulle), ‘Scholarly Editing and Nation Building in Europe / Histories of Editions. A European Science Foundation Exploratory Workshop, and the Second European Society for Textual Scholarship Conference, Amsterdam, December 14-17, 2005′. In: Editio. Internationales Jahrbuch für Editionswissenschaft 20, p. 212-218.

2005

  • ‘De Grammont à Bruges. Le vénérable gentilhomme Jan van Hulst, poète, chanteur et intermédiaire culturel’, in: Jean-Marie Cauchies (red.), Rencontres de Dordrecht (23 au 26 septembre 2004). Poètes et musiciens dans léspace bourguignon. Les artistes et leurs mécènes. Neuchâtel (Publication du Centre Européen d’Etudes bourguigonnes (XIVe-XVI s.) p. 129-141.
  •  ‘De Brugse pelgrims in het Gruuthuse-handschrift’. In: J. Oosterman (red.), Stad van koopmanschap en vrede. Literatuur in Brugge tussen Middeleeuwen en Rederijkerstijd. Leuven (Antwerpse Studies over Nederlandse Literatuurgeschiedenis, 12), p. 9-39.

2004

  •  ‘De hardnekkige Middeleeuwen. Persistentie van literaire produktie- en transmissievormen’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 11, p. 184-203.
  • ‘Een lied van hoon en weerwraak. “Ruters” contra “kerels” in het Gruuthuse-handschrift’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 11, p. 1-43.
  •  ‘Weerzien met Geraardsbergen. Op het spoor van Percheval van den Noquerstocque’. In: Literatuur 21, 11-13.
  • ‘De const ter perse. Publiceren bij de rederijkers voor de Reformatie’. In: H. Pleij, J. Reynaert e.a.,Geschreven en gedrukt. Boekproductie van handschrift naar druk in de overgang van Middeleeuwen naar Moderne Tijd. Gent: Academia Press, p. 157-175.

2003

  •  (met H. Mulder), ‘Recht, historie en schone letteren: het arbeidsterrein van een Gents kopiistencollectief. Hs. Brussel KB16.762-75 en het Comburgse handschrift’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 10, p. 27-78.

2002

  •  ‘Het Kerelslied: van historielied tot lyriek van het beschavingsoffensief’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 9, p. 98-116.
  •  ‘“In graeu vindic al arebeit”. Biografische contouren van de Gruuthuse-dichter Jan Moritoen’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 9, p. 1-18.

2001

  • ‘Tekst in transitie. Een toneelspel in handen van een Gentse beroepskopiist’. In: Hans van Dijk, Bart Ramakers e.a., Spel en spektakel. Middeleeuws toneel in de Lage Landen. Amsterdam (Nederlandse Literatuur en Cultuur in de Middeleeuwen XXIII), p. 178-200, 348-352.

2000

  •  ‘Het wonder van Molenbeek. De herkomst van de tekstverzameling in het handschrift-Van Hulthem’. In: Nederlandse letterkunde 5, p. 21-46.
  •  ‘Spelen om den brode. Het vroegste beroepstoneel in de Nederlanden’. In: Literatuur 17, p. 98-106.

1999

  • ‘Reynaert in het vrouwenklooster’. In: Tiecelijn. Tijdschrift voor reynaerdofielen 12, p. 126-131.
  • (ed., met Janny Schenkel), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie. 2 dln., Hilversum (Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden VII).

1998

·     ‘Het Comburgse handschrift en de Gentse boekproductie omstreeks 1400′, in: Comburg-nummer. Speciaal nr. van Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 5, p. 98-113.

1997

  • (ed., met J. Schenkel), Het Comburgse handschrift. Hs. Stuttgart, Württembergische Landesbibliothek, Cod. poet. et phil. 2º 22. Diplomatische editie. 2 dln., Hilversum (Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden, IV).
  • Dichten uit liefde. Literatuur in Leiden aan het einde van de Middeleeuwen. Hilversum (Middeleeuwse Studies en Bronnen, LIII).

1995

  • (ed.), Het handschrift-Jan Phillipsz. Hs. Berlijn, Staatsbibliothek Preussischer Kulturbesitz, Germ. Qu. 557. Hilversum (Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden, II).

1994

  •  ‘“Alder wysheit fondament”. Profane ethiek in enige verzamelingen Middelnederlandse rijmspreuken’. In: J. Reynaert e.a., Wat is wijsheid?: lekenethiek in de Middelnederlandse letterkunde. Amsterdam, p. 230-245, 423-425.
  • ‘De weerklank van de Bourgondische hofliteratuur in het Middelnederlands’. In: Millennium 8, p. 125-133.

1993

  •  ‘Het Gorkumse Catharinenspel: een 15e-eeuwse uitbeelding van de heren van Arkel’. In: Oud-Gorcum varia 10, p. 89-109.
  •  ‘1330: Jan van Boendale wordt berispt wegens passages in “Der lekenspieghel”: een wereldbeeld in verzen’. In: M.A. Schenkeveld-van der Dussen (hoofdred.), Nederlandse literatuur, een geschiedenis. Groningen, p. 53-58.
  • ‘The composition of a fifteenth-century aristocratic library in Breda : the books of John IV of Nassau and Mary van Loon’. In: Quærendo: a quarterly journal from the Low Countries devoted to manuscripts and printed books 23, p. 163-183.

1992

  •  ‘Bezittersnotities in het handschrift met gedichten van Willem van Hildegaersberch en Dirc Potter (Den Haag, 128 E 6)’. In: Dokumentaal 21, p. 11-14.

1991

  •  ‘De stedelijke context van het werk van Jan de Weert (veertiende eeuw)’. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt: stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de middeleeuwen. Amsterdam: Prometheus, p. 101-120, 362-368.

1987

  •  ‘Neidhart in de Nederlanden. “Vanden Kaerlen” en de literaire traditie’. In: Literatuur 4 (1987), p. 205-211.

Reviews

2009

  • E. Strietman & P. Happé (red.), Urban theatre in the Low Countries, 1400-1625. Turnhout: Brepols, 2006. In: Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde 125, p. 92-94.

2006

  • F.P van Oostrom, Stemmen op schrift. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur vanaf het begin tot 1300. Amsterdam, 2006. In: De Groene Amsterdammer Literatuur 130, afl. 1, p. 17-21.

2002

  • ‘Hoge daet – wise raden?’ [naar aanleiding van: K. Lassche, Die weghe der conste. Verkenningen in en rond de eerste allegorie van het Gruuthuse-handschrift (contextuele studie, editie en interpretatie). Ommen 2002]. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 9, p. 72-77.
  • J.A.A.M. Biemans, “Onsen Speghele Ystoriale in Vlaemsche”. Codicologisch onderzoek naar de overlevering van de “Spiegel historiael” van Jacob van Maerlant, Philip Utenbroeke en Lodewijk van Velthem, met een beschrijving van de handschriften en fragmenten. 2 dln., Leuven, 1997 (Schrift en schriftdragers in de Nederlanden in de Middeleeuwen, II). In: Millennium 16, p. 86-90.
  • E. Stubbs (ed.), The Hengwrt Chaucer. Digital Facsimile. In: Literary and Linguistic Computing 17, p. 261-263.

2000

  • ‘Een kist vol boeken en een boek vol titels’ [naar aanleiding van: G. van Thienen & J. Goldfinch (ed.),Incunabula printed in the Low Countries. A census. Nieuwkoop, 1999]. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 7, p. 74-77.
  • D.C.J. Kinable, Facetten van Boendale. Literair-historische verkenningen van Jans Teesteye en de Lekenspiegel. Leiden, 1998. Leidse opstellen 31. In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 116, p. 371-373.
  • J. van Moolenbroek, Mirakels historisch. De exempels van Caesarius van Heisterbach over Nederland en Nederlanders. Hilversum: Verloren (Middeleeuwse studies en bronnen, 65). In: Ons geestelijk erf 74 (2000), p. 270-272.

1998

  •   ‘Gentse rijkdom in kaart gebracht’ [naar aanleiding van: J. Reynaert, Catalogus van de Middelnederlandse handschriften in de bibliotheek van de Rijksuniversiteit te Gent. I: De handschriften verworven vóór 1852. 1984. II/1: De handschriften verworven na 1852 (deel 1). Wetteren, Rijksuniversiteit Gent, 1984-1996. Werken uitgegeven door de Faculteit van de letteren en wijsbegeerte, Rijksuniversiteit te Gent 171]. In: Queeste 5, 69-72.
  • K. Porteman, W. Verbeke & F. Willaert (red.), Tegendraads genot. Opstellen over de kwaliteit van middeleeuwse teksten. Leuven, 1996. In: Millennium 12, p. 70-74.

1997

  • P. Obbema, De middeleeuwen in handen. Over de boekcultuur in de late Middeleeuwen.Hilversum, 1996. In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 113, p. 363-365.

1991

  • I. Spijker, Aymijns kinderen hoog te paard. Een studie over Renout van Montalbaen en de Franse Renaut-traditie. Hilversum, 1990 (Middeleeuwse studies en bronnen 22). In: Literatuur 8, p. 397-399.
  • P. Mommaers (vert en inl.), De brieven van Hadewijch. Averbode / Kampen, 1990. In: Literatuur 8, p. 198-200.
  • G. Jaron Lewis, Bibliographie zur deutschen Frauenmystik des Mittelalters. Mit einem Anhang zu Beatrijs van Nazareth und Hadewijch von Frank Willaert und Marie-José Govers. Berlin, 1989 (Bibliographien zur deutschen Literatur des Mittelalters, 10). In: Amsterdamer Beiträge zur älteren Germanistik 34, p. 163-164.

Major publications:

  • (met Ike de Loos, i.s.m. de Koninklijke Bibliotheek, Den Haag), Het Gruuthuse-handschrift [integrale, diplomatische webeditie met toelichtende teksten van hs. Den Haag, KB, 79 K 10 (Het Gruuthuse-handschrift)], Den Haag, 2007.
  • ‘Het wonder van Molenbeek. De herkomst van de tekstverzameling in het handschrift-Van Hulthem’. In: Nederlandse letterkunde 5 (2000), p. 21-46.
  • Dichten uit liefde. Literatuur in Leiden aan het einde van de Middeleeuwen. Hilversum, 1997 (Middeleeuwse Studies en Bronnen, LIII).

Other information:

Other Publications

  • ‘Neidhart in de Nederlanden. “Vanden Kaerlen” en de literaire traditie’. In: Literatuur 4 (1987), p. 205-211.
  • ‘De stedelijke context van het werk van Jan de Weert (veertiende eeuw)’. In: H. Pleij e.a., Op belofte van profijt: stadsliteratuur en burgermoraal in de Nederlandse letterkunde van de middeleeuwen. Amsterdam, 1991, p. 101-120, 362-368.
  • ‘Bezittersnotities in het handschrift met gedichten van Willem van Hildegaersberch en Dirc Potter (Den Haag, 128 E 6)’. In: Dokumentaal 21 (1992), p. 11-14.
  • ‘The composition of a fifteenth-century aristocratic library in Breda : the books of John IV of Nassau and Mary van Loon’. In: Quærendo: a quarterly journal from the Low Countries devoted to manuscripts and printed books 23 (1993), p. 163-183.
  • ’1330: Jan van Boendale wordt berispt wegens passages in “Der lekenspieghel”: een wereldbeeld in verzen’. In: M.A. Schenkeveld-van der Dussen (hoofdred.), Nederlandse literatuur, een geschiedenis. Groningen, 1993, p. 53-58.
  • ‘Het Gorkumse Catharinenspel: een 15e-eeuwse uitbeelding van de heren van Arkel’. In: Oud-Gorcum varia 10 (1993), p. 89-109.
  • ‘De weerklank van de Bourgondische hofliteratuur in het Middelnederlands’. In: Millennium 8 (1994), p. 125-133.
  • ‘”Alder wysheit fondament”. Profane ethiek in enige verzamelingen Middelnederlandse rijmspreuken’. In: J. Reynaert e.a., Wat is wijsheid?: lekenethiek in de Middelnederlandse letterkunde. Amsterdam, 1994, p. 230-245, 423-425.
  • (ed.), Het handschrift-Jan Phillipsz. Hs. Berlijn, Staatsbibliothek Preussischer Kulturbesitz, Germ. Qu. 557. Hilversum, 1995 (Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden II).
  • Dichten uit liefde. Literatuur in Leiden aan het einde van de Middeleeuwen. Hilversum, 1997 (Middeleeuwse Studies en Bronnen, LIII).
  • (ed., met J. Schenkel), Het Comburgse handschrift. Hs. Stuttgart, Württembergische Landesbibliothek, Cod. poet. et phil. 2º 22. Diplomatische editie. 2 dln., Hilversum, 1997 (Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden, IV).
  • ‘Het Comburgse handschrift en de Gentse boekproductie omstreeks 1400′, in: Comburg-nummer. Speciaal nr. van Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 5 (1998), 98-113.
  • (ed., met Janny Schenkel), Het handschrift-Van Hulthem. Hs. Brussel, Koninklijke Bibliotheek van België, 15.589-623. Diplomatische editie. 2 dln., Hilversum, 1999 (Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden VII).
  • ‘Reynaert in het vrouwenklooster’. In: Tiecelijn. Tijdschrift voor reynaerdofielen 12 (1999), p. 126-131.
  • ‘Spelen om den brode. Het vroegste beroepstoneel in de Nederlanden’. In: Literatuur 17 (2000), p. 98-106.
  • ‘Het wonder van Molenbeek. De herkomst van de tekstverzameling in het handschrift-Van Hulthem’. In: Nederlandse letterkunde 5 (2000), p. 21-46.
  • ‘Tekst in transitie. Een toneelspel in handen van een Gentse beroepskopiist’. In: Hans van Dijk, Bart Ramakers e.a., Spel en spektakel. Middeleeuws toneel in de Lage Landen. Amsterdam, 2001 (Nederlandse Literatuur en Cultuur in de Middeleeuwen XXIII), p. 178-200, 348-352.
  • ‘”In graeu vindic al arebeit”. Biografische contouren van de Gruuthuse-dichter Jan Moritoen’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 9 (2002), p. 1-18.
  • ‘Het Kerelslied: van historielied tot lyriek van het beschavingsoffensief’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 9 (2002), p. 98-116.
  • (met H. Mulder), ‘Recht, historie en schone letteren: hetarbeidsterrein van een Gents kopiistencollectief. Hs. Brussel KB16.762-75 en het Comburgse handschrift’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 10 (2003), p. 27-78.
  • ‘De const ter perse. Publiceren bij de rederijkers voor de Reformatie’. In: H. Pleij, J. Reynaert e.a., Geschreven en gedrukt. Boekproductie van handschrift naar druk in de overgang van Middeleeuwen naar Moderne Tijd. Gent, Academia Press, 2004, p. 157-175.
  • ‘Weerzien met Geraardsbergen. Op het spoor van Percheval van den Noquerstocque’. In: Literatuur 21 (2004), 11-13.
  • ‘Een lied van hoon en weerwraak. “Ruters” contra “kerels” in het Gruuthuse-handschrift’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 11 (2004), p. 1-43.
  • ‘De hardnekkige Middeleeuwen. Persistentie van literaire produktie- en transmissievormen’. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 11 (2004), p. 184-203.
  • ‘De Brugse pelgrims in het Gruuthuse-handschrift’. In: J. Oosterman (red.), Stad van koopmanschap en vrede. Literatuur in Brugge tussen Middeleeuwen en Rederijkerstijd. Leuven, 2005 (Antwerpse Studies over Nederlandse Literatuurgeschiedenis, 12), p. 9-39.
  • ‘De Grammont à Bruges. Le vénérable gentilhomme Jan van Hulst, poète, chanteur et intermédiaire culturel’, in: Jean-Marie Cauchies (red.), Rencontres de Dordrecht (23 au 26 septembre 2004). Poètes et musiciens dans léspace bourguignon. Les artistes et leurs mécènes. Neuchâtel, 2005 (Publication du Centre Européen d’Etudes bourguigonnes (XIVe-XVI s.) p. 129-141.
  • (met Dirk van Hulle), ‘Scholarly Editing and Nation Building in Europe / Histories of Editions. A European Science Foundation Exploratory Workshop, and the Second European Society for Textual Scholarship Conference,Amsterdam, December 14-17, 2005′. In: Editio. Internationales Jahrbuch für Editionswissenschaft 20 (2006), p. 212-218.
  • (red., met Luidi Giuliani, Geert Lernout en Marita Mathijsen), Texts in Multiple Versions / Histories of Edtions. Amsterdam / New York: Rodopi, 2006 (Variants. The Journal of the European Society for Textual Scholarship 5 (2006)).
  • (met Ike de Loos, i.s.m. de Koninklijke Bibliotheek, Den Haag), Het Gruuthuse-handschrift [integrale, diplomatische webeditie met toelichtende teksten van hs. Den Haag, KB, 79 K 10 (Het Gruuthuse-handschrift)], Den Haag, 2007.
  • ‘De verwerving van het Gruuthuse-handschrift. Een unieke middeleeuwse tekstcollectie treedt in het volle licht.’ In: De boekenwereld. Tijdschrift voor boek en prent 23 (2006-2007), p. 241-242.
  • ‘Dilemmata der Dienstbarkeit. Editionen mittelniederländischer Texte im Spannungsfeld zwischen Literatur- und Sprachgeschichte.’ In: Michael Stolz, Robert Schöller und Gabriel Viehhauser (Hrsg.), Edition und Sprachgeschichte. Baseler Fachtagung 2. – 4. März 2005. Tübingen, 2007 (Beihefte zu Editio 26), p. 185-198.
  • ‘”Der wereld letterkunde – voor Nederlanders bewerkt”. Over vertaalverloop en de beschikbaarheid van klassieken in vertaling.’ In: Filter. Tijdschrift voor vertalen en vertaalwetenschap 14 (2007) nr. 3, p. 58-72. (met Jeroen Jansen & Marita Mathijsen (red.)), Helden bestaan! Opstellen voor Herman Pleij bij zijn afscheid als hoogleraar Historische Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Amsterdam: Bert Bakker, 2008.
  • ‘Zevenentwintig schrijvers op één typemachine.’ [over Herman Nicolaas van der Voort] In: Herman Brinkman, Jeroen Jansen & Marita Mathijsen (red.), Helden bestaan! Opstellen voor Herman Pleij bij zijn afscheid als hoogleraarHistorische Nederlandse Letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam. Amsterdam: Bert Bakker, 2008, p. 250-257.
  • ‘”Schoon onderworpen droefheid”. Over opmars, resonantie en interpretatie van het Egidiuslied’. In: Louis Peter Grijp & Frank Willaert (red.), De fiere nachtegaal. Het Nederlandse lied in de middeleeuwen. Amsterdam: Amsterdam University Press, 2008, p. 129-147.
  • ‘Hoffmann von Fallersleben and Dutch medieval folksong.’ In: Dirk Van Hulle & Joep Leerssen (red.), Editing the nation’s memory. Textual scholarship and nation-building in nineteenth-century Europe. Amsterdam-New York: Rodopi, 2008 (European studies. An interdisciplinary series in European culture, history and politics 26) [te verschijnen].

Reviews

  • G. Jaron Lewis, Bibliographie zur deutschen Frauenmystik des Mittelalters. Mit einem Anhang zu Beatrijs van Nazareth und Hadewijch von Frank Willaert und Marie-José Govers. Berlin, 1989 (Bibliographien zur deutschen Literatur des Mittelalters, 10). In: Amsterdamer Beiträge zur älteren Germanistik 34 (1991), p. 163-164.
  • P. Mommaers (vert en inl.), De brieven van Hadewijch. Averbode / Kampen, 1990. In: Literatuur 8 (1991), p. 198-200.
  • I. Spijker, Aymijns kinderen hoog te paard. Een studie over Renout van Montalbaen en de Franse Renaut-traditie. Hilversum, 1990 (Middeleeuwse studies en bronnen 22). In: Literatuur 8 (1991), p. 397-399.
  • K. Porteman, W. Verbeke & F. Willaert (red.), Tegendraads genot. Opstellen over de kwaliteit van middeleeuwse teksten. Leuven, 1996. In: Millennium 12 (1998), p. 70-74.
  • P. Obbema, De middeleeuwen in handen. Over de boekcultuur in de late Middeleeuwen.Hilversum, 1996. In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 113 (1997), p. 363-365.
  • ‘Gentse rijkdom in kaart gebracht’ [naar aanleiding van: J. Reynaert, Catalogus van de Middelnederlandse handschriften in de bibliotheek van de Rijksuniversiteit te Gent. I: De handschriften verworven vóór 1852. 1984. II/1: De handschriften verworven na 1852 (deel 1). Wetteren, /Rijksuniversiteit Gent, 1984-1996. Werken uitgegeven door de Faculteit van de letteren en wijsbegeerte, Rijksuniversiteit te Gent 171]. In: Queeste 5 (1998), 69-72.
  • M.K.A. van den Berg, De Noordnederlandse historiebijbel. Een kritische editie met inleiding en aantekeningen van Hs. Ltk 231 uit de Leidse Universiteitsbibliotheek. Hilversum, 1998. In: Millennium 13 (1999), p. 163-166.
  • ‘Een kist vol boeken en een boek vol titels’ [naar aanleiding van: G. van Thienen & J. Goldfinch (ed.), Incunabula printed in the Low Countries. A census. Nieuwkoop, 1999]. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 7 (2000), p. 74-77.
  • D.C.J. Kinable, Facetten van Boendale. Literair-historische verkenningen van Jans Teesteye en de Lekenspiegel. Leiden, 1998. Leidse opstellen 31. In: Tijdschrift voor Nederlandse taal- en letterkunde 116 (2000), p. 371-373.
  • J. van Moolenbroek, Mirakels historisch. De exempels van Caesarius van Heisterbach over Nederland en Nederlanders. Hilversum, 1999 (Middeleeuwse studies en bronnen, 65). In: Ons geestelijk erf 74 (2000), p. 270-272.
  • ‘Hoge daet – wise raden?’ [naar aanleiding van: K. Lassche, Die weghe der conste. Verkenningen in en rond de eerste allegorie van het Gruuthuse-handschrift (contextuele studie, editie en interpretatie). Ommen 2002]. In: Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden 9 (2002), p. 72-77.
  • J.A.A.M. Biemans, “Onsen Speghele Ystoriale in Vlaemsche”. Codicologisch onderzoek naar de overlevering van de “Spiegel historiael” van Jacob van Maerlant, Philip Utenbroeke en Lodewijk van Velthem, met een beschrijving van de handschriften en fragmenten. 2 dln., Leuven, 1997 (Schrift en schriftdragers in de Nederlanden in de Middeleeuwen, II). In: Millennium 16 (2002), p. 86-90.
  • E. Stubbs (ed.), The Hengwrt Chaucer. Digital Facsimile. In: Literary and Linguistic Computing 17 (2002), p. 261-263.
  • F.P van Oostrom, Stemmen op schrift. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur vanaf het begin tot 1300. Amsterdam, 2006. In: De Groene Amsterdammer Literatuur 130 (2006), afl. 1, p. 17-21.