
De volgende uitgaven worden verzorgd door onderzoekers van buiten het Huygens ING, zoals universitaire onderzoekers, archivarissen of vrijwilligers.
- Raadsverdragen van Maastricht 1367-1473 Show ▼
Bewerkt door M.A. van der Eerden-Vonk; met medewerking van W.J. Alberts en Th.J. van Rensch
In de zogeheten raadsverdragen regelde het stadsbestuur van Maastricht tal van facetten van het stedelijk leven in de late Middeleeuwen, zoals de handhaving van de openbare orde, privileges van de stad en de burgers, de zorg voor een goede rechtspleging, de militaire verdediging, de armenzorg en nam het besluiten op het terrein van handel en nijverheid.
De raadsverdragen vormen zeer belangwekkend historisch materiaal voor geïnteresseerden in stadsgeschiedenis, in het bijzonder van Maastricht en wijde omstreken, en zij bevatten ook belangrijke informatie voor taalkundigen, genealogen en volkskundigen.Eerder verscheen een deel over de jaren 1367-1428. Een vervolgdeel met materiaal over de jaren 1436 tot 1473 is in voorbereiding door de gemeente Maastricht.
- Het Goudse kroniekje Show ▼
Het doel is een kritische editie te bieden van het zogenaamde Goudse kroniekje (geschreven tussen 1436 en 1463) op basis van de laat 15e-eeuwse drukken en de vijftien bekende handschriften. Het Goudse kroniekje moet worden beschouwd als basis voor een nieuw geschiedbeeld dat zich in Holland in de tweede helft van de vijftiende eeuw verder heeft ontwikkeld. Het geeft als eerste een visie op het verleden van het graafschap Holland vanuit een stedelijke invalshoek. De bestaande drukken (en een herdruk uit 1663) hebben slechts een beperkte waarde, omdat zij een latere bewerking van de oorspronkelijke kroniek weergeven en geen zicht bieden op de opmerkelijke inhoudelijke verscheidenheid die de handschriften ten toon spreiden. In verband hiermee wordt beoogd een kritische editie in boekvorm uit te brengen en elektronisch de diplomatische transcriptie van alle relevante teksten ter beschikking te stellen. De publicatie in boekvorm zal twee versies bevatten die, om de verschillen tussen beide zo goed mogelijk in beeld te brengen, synoptisch (naast elkaar) zullen worden afgedrukt. De editie in boekvorm zal worden voorafgegaan door een inleiding, waarin de geschiedenis van de kroniek, de verschillende bewerkingsfasen en de historische context en betekenis van de tekst(en) kort zullen worden uiteengezet. De annotatie zal beperkt worden gehouden. Personen en plaatsen zullen worden opgenomen in een index. Als bijlage zal een beknopte beschrijving van handschriften en drukken worden opgenomen. Het elektronisch bestand zal een vijftiental handschriften en enkele oudere drukken omvatten.
- Kroniek van Groningen en Ommelanden Show ▼
Door Johan van Lemego en Sicke Benninge
Dit project beoogt de wetenschappelijke editie van de kroniek van Groningen en Ommelanden, ca. 1530 samengesteld door de Groningse burger Sicke Benninge, waarin is opgenomen een kroniek van Johan van Lemego uit ca. 1425.
Partiële uitgaven dateren van 1698, 1725 en 1887. De eerste twee zijn wetenschappelijk nagenoeg onbruikbaar als gevolg van recente inzichten aangaande onder meer de overlevering van de kroniek en in het bijzonder de handschriften. Het oorspronkelijke manuscript is namelijk niet bewaard gebleven.
De kroniek is van groot belang voor onze kennis van Groningen en Ommelanden in de 15e en vroege 16e eeuw. Zij behandelt de Groninger geschiedenis vanaf de vroegste tijden tot 1528 en met name de strijd van de stad om het behoud van haar macht over de Ommelanden waarbij zij het gezag van externe machthebbers moest accepteren. - Gewestelijke financiën ten tijde van de Republiek der Verenigde Nederlanden Show ▼
Bewerkt door W. Fritschy, L. van der Ent, V. Enthoven, R. Liesker, S.W. Verstegen, C. Trompetter en W. Veenstra.
De geschiedenis van de overheidsfinanciën is een cruciaal aspect van de geschiedenis van de Nederlanden ten tijde van het ‘Ancien Régime’. Met dit project worden de belangrijkste basisgegevens betreffende de overheidsfinanciën van vóór 1795 in Nederland ontsloten. Het betreft de financiën van de verschillende gewesten, die ten gevolge van het federatieve karakter van de oude Republiek der Verenigde Nederlanden veel belangrijker waren voor het functioneren van de staat dan de zogenaamde “generaliteitsfinanciën”. Er werden zo homogeen mogelijke reeksen gegevens verzameld over inkomsten uit belastingen en leningen en over uitgaven ten behoeve van de generaliteit en ten behoeve van elk gewest zelf. De beschikbaarstelling van de cijferreeksen heeft tot doel te stimuleren tot nieuwe vragen en nader onderzoek op dit terrein.
Het beschikbaar gemaakte cijfermateriaal heeft betrekking op de gewesten Overijssel, Drenthe, Groningen, Holland, Utrecht, Friesland en Zeeland. Voor het gewest Gelderland bleek er te weinig archiefmateriaal bewaard gebleven. Tevens moest worden afgezien van het plan om ook een deel aan het generaliteitsgewest Staats-Brabant te wijden; het beschikbare archiefmateriaal bleek in dit geval te omvangrijk en bij gebrek aan samenvattende gegevens te ontoegankelijk. Het project als geheel is uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen de Vrije Universiteit te Amsterdam en het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis. Bij het deel over Friesland was tevens de Fryske Akademy te Leeuwarden betrokken en is aanvullende financiering verkregen van het Professor Van Winterfonds en van NWO. Het deel over Zeeland berustte op samenwerking tussen het ING, de Vrije Universiteit te Amsterdam en het Zeeuws Archief te Middelburg en werd mede mogelijk gemaakt door een subsidie van de Provincie Zeeland.
Het ontsloten materiaal wordt op twee verschillende manieren gepresenteerd. De uitgave in boekvorm bevat een selectie en bewerking van de gegevens in de vorm van samenvoegingen van bedragen en herschikkingen van de posten in de bron. Het boek bevat tevens de inleiding en de toelichtingen op het materiaal. Daarnaast zijn elektronische bestanden gevormd. Deze bieden een toegang tot het materiaal zo dicht mogelijk bij de bron zelf.
De over de gewestelijke financiën verzamelde basisgegevens zijn online beschikbaar in de vorm van een elektronische database. Voor het gewest Holland is tevens een in 1755 opgestelde Memorie van de financiën van Holland en West-Friesland integraal toegankelijk gemaakt. De uitgave in boekvorm verschaft ook over deze bron nadere informatie. Bovendien is in het boek over Holland een poging gedaan de inkomsten en uitgaven voor de periode 1572 tot 1668, waarvoor weinig bronnenmateriaal bewaard was gebleven, te reconstrueren. Ook deze reconstructie en de bijbehorende verantwoording zijn online beschikbaar. Alle opgenomen bedragen luiden in Hollandse guldens uit de tijd zelf.
De gebruiker dient zich ervan bewust te zijn dat het bronnenmateriaal dat de grondslag voor de elektronische bestanden heeft gevormd niet alleen lacuneus is, maar bovendien zowel divers als complex van karakter. Gebruik van de elektronische bestanden zonder gelijktijdige raadpleging van de toelichtingen in de bijbehorende gedrukte publicatie(s) wordt daarom afgeraden. - Classicale acta der Nederlandse hervormde kerk 1573-1620 Show ▼
Bewerkt door J.P. van Dooren, J. Roelevink, J. Bouterse, M. Kok, J. van Gelderen, C. Ravensbergen, P.H.A.M. Abels en A.Ph.F. Wouters; met medewerking van A.J.J. van ‘t Riet en J. van den Berg
De classis, een kerkelijke vergadering, was in de late 16e en in de 17e eeuw de spil van het hervormde kerkelijk leven. Zij vormde het bestuurlijke middenniveau tussen de plaatselijke kerkenraad en de provinciale synode. Alle zaken van enig belang kwamen in de classis aan de orde.
In de uitgavereeks “Classicale acta” wordt per classis de tekst van de notulen uitgegeven. De uitgaven beginnen steeds met de oudste bewaard gebleven acta, meestal uit het laatste kwart van de zestiende eeuw. Ze eindigen met 1620, toen na de Nationale Synode van 1618-1619 het proces van hervorming organisatorisch werd afgesloten.
De acta geven inzicht in de organisatie van de kerk, de opleiding en beroeping van predikanten, de verhouding tussen kerk en wereldlijke overheden, de doorwerking van de reformatie en theologische geschillen. Tal van maatschappelijke onderwerpen worden besproken, zoals armoede, onderwijs, huwelijksleven, bijgeloof en toverij. Classicale acta bevatten daarom gegevens voor de kerk-, de sociaal- en de mentaliteitshistoricus.
De notulen van de classis worden waar nodig kort toegelicht. Verder zijn lijsten opgenomen van de gemeenten en de predikanten in de classis. Elk deel bevat een index op personen, plaatsen en zaken. Aan de tekst vooraf gaan inleidingen op de gehele serie en ieder deel in het bijzonder.
Verschenen zijn de acta van de classes Dordrecht, Rotterdam/Schieland, Leiden, Woerden, Walcheren en Zuid-Beveland, de Overijsselse classes, Delft en Gorinchem.
In bewerking zijn de classes Schouwen en Duiveland, Tholen en Bergen op Zoom, en de Gelderse classes. Deze in bewerking genomen delen zullen de laatste zijn die in de uitgavereeks worden opgenomen. Het project wordt daarna beëindigd.Delen I en II: De classis Dordrecht besloeg een groot gebied, waartoe niet alleen Dordrecht met omgeving, maar ook de Hoeksche Waard, een deel van het eiland IJsselmonde, de Alblasserwaard, de Langstraat en de baronie van Breda behoorden. In 1616 werd Breda een zelfstandige classis. De classis was al vroeg strak georganiseerd rond Dordrecht als centrum. Zij kon de twisten tussen remonstranten en contraremonstranten tamelijk eensgezind doorstaan.
Deel III: De classis Rotterdam omvatte de stad, de nabij de Maas gelegen dorpen op het eiland IJsselmonde, en Schieland met Delfshaven en de stad Schiedam. De machtsstrijd tussen Rotterdam en Schiedam raakte geheel verweven met de tegenstellingen tussen remonstranten en contraremonstranten. Deze leidden zelfs tot een langdurige scheuring in de classis.
Deel IV: De classis Walcheren bestond uit het gelijknamige eiland, met Middelburg, op gepaste afstand gevolgd door Vlissingen en Veere. Later werd Colijnsplaat op Noord-Beveland toegevoegd. De taken van de classis strekten zich ook uit tot Vlaanderen, zowel het gedeelte dat door de Staten van Zeeland werd bestuurd, als het vijandelijke gebied tot aan Calais. Daar probeerden geheime kruisgemeenten het hoofd boven water te houden. Walcheren was vrijwel volledig contra-remonstrants. Dat geldt ook voor de Classis Noord-Beveland, die samenviel met het eiland en werd gedomineerd door Goes. Van deze classis zijn de acta slechts voor de jaren 1579-1591 beschikbaar.
Deel V: De classis Leiden lag in een bestuurlijk sterk verbrokkeld gebied. Oorspronkelijk viel de classis samen met het hele Rijnland, maar al in 1587 volgde een splitsing tussen wat later Over- en Nederrijnland ging heten. In Nederrijnland domineerde de stad Leiden. Het Nederrijnse gebied had geen duidelijk centrum, omdat de stad Woerden nog Luthers was. In 1594 kwam daarin, mede door politieke omstandigheden, verandering. Zo ontstond de classis Woerden met Overrijnland. De aanwezigheid van de universiteit drukte een stempel op de werkzaamheden van de classis Leiden, die vaak examens moest afnemen. In de classes Leiden en Woerden was de strijd tussen remonstranten en contraremonstranten bijzonder heftig. De overheid zag er echter op toe dat de spanningen ondergronds bleven. Van de classis Woerden zijn slechts de acta van 1617 tot 1620 bewaard gebleven.
Deel VI: Overijssel was tot aan het einde van de zestiende eeuw het toneel van oorlogshandelingen tussen de Spanjaarden en de Republiek. De gereformeerden concentreerden zich daarom in de steden. Pas rond 1600 kon worden begonnen met de uitbouw van de gereformeerde kerk. De acta geven verslag van de moeizame inspanningen om de gereformeerde kerk goed te laten functioneren en de leer ingang te laten vinden. Ook in Overijssel veroorzaakten de tegenstellingen tussen remonstranten en contraremonstranten tweespalt. De acta van de classis Zwolle zijn niet bewaard gebleven. Wel beschikbaar zijn die van de classis Deventer van 1601 tot 1620, van de classis Kampen van 1596 tot 1601 en van de classis Steenwijk/Vollenhove van 1601-1620.
Deel VII: De classis Delft, de oudste van Holland, was klein van omvang. Het gebied viel vrijwel samen met het baljuwschap Delfland. Hierdoor kon een eenvoudige organisatie worden opgezet met de stad Delft als zwaartepunt. De stabiliteit werd nog versterkt door de persoonlijke gaven van een aantal Delftse predikanten. In de conflicten tussen remonstranten en contraremonstranten bewaarde de classis lang de neutraliteit, maar uiteindelijk kwam het ook hier bijna tot een scheuring.
Deel VIII: De classis Gorinchem besloeg aanvankelijk een zeer groot gebied, van Culemborg en Vianen en Buren tot Zaltbommel met Bommelerwaard, het Land van Arkel, het Land van Heusden en het Land van Altena. Op den duur splitsten Zaltbommel en Buren zich af. In het overgebleven gebied lagen naast de steden Gorinchem en Heusden veel graafschappen en heerlijkheden. In de acta wordt de worsteling van de gereformeerde kerk zichtbaar om zich temidden van deze vele kleine machtscentra staande te houden. De strijd rond remonstranten en contraremonstranten concentreerde zich met name rond Heusden.
- Generale Missiven van Gouverneurs-Generaal en Raden aan Heren XVII der Verenigde Oostindische Compagnie. Show ▼
Bewerkt door W.Ph. Coolhaas, J. van Goor, J.E. Schooneveld-Oosterling en H.K. s’ Jacob
De generale missiven zijn de jaarlijkse brieven waarin Gouverneur-Generaal en Raden van de Verenigde Oost-Indische Compagnie aan de Heren Zeventien een algemeen verslag gaven van het bedrijf in Azië en Zuid-Afrika. Tevens vatten zij de berichten samen die ze uit de vestigingen ontvangen hadden. Zo geven de brieven doorlopende informatie over de gebieden in West-, Zuid-, Zuidoost- en Oost-Azië, en in Zuid-Afrika waar de VOC gevestigd was. Bovendien ontsluit de reeks het zeer omvangrijke archief van de VOC in het Nationaal Archief te Den Haag. De in de opvatting van de bewerker voor onderzoek minder belangrijke passages en routinezaken zijn samengevat. De overige gedeelten worden integraal opgenomen. De reeks omvat thans dertien delen en bestrijkt de periode 1610-1761.
Ten behoeve van het onderzoek in VOC-archieven is op basis van de afzonderlijke glossaria (woordverklaringen) van de uitgaven over de VOC in de RGP een algemeen VOC-glossarium samengesteld dat online raadpleegbaar is. - Bronnen betreffende de Midden-Molukken in de 19e eeuw Show ▼
In 1987 en in 1997 verschenen bronnenuitgaven over de Midden-Molukken in de periode van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (17e en 18e eeuw) en in de jaren 1900-1942. Om het gat van de 19e eeuw te dichten en een bronnenuitgave tot stand te brengen over de Nederlandse aanwezigheid in de Midden-Molukken gedurende ongeveer drieëneenhalve eeuw, is besloten tot een vervolg. De bronnenuitgave zal vooral worden gebaseerd op in Nederland aanwezig archiefmateriaal, maar meer dan in de andere delen m.b.t. de Midden-Molukken zal bij de uitgave in Indonesië berustend materiaal worden benut. Vooral voor de periode 1825-1869 zou het in Indonesië achtergebleven archiefmateriaal de op het Nationaal Archief te Den Haag berustende summiere officiële rapportage uit die jaren vanuit Indië naar Nederland kunnen aanvullen. Vanaf 1870 is het bronnenmateriaal overvloedig aanwezig in de vorm van vooral de mailrapporten. Als beginjaar van de bronnenuitgave is 1796 gekozen, de perioden van Brits bestuur (1796-1803, 1806-1817) wordt dus mede door de bronnenuitgave omvat.
Doel van de uitgave is een representatief beeld te geven van het gevoerde beleid op de Midden-Molukken en inzicht te geven in de toestanden en gebeurtenissen op lokaal niveau op de Molukse eilanden.
Het project kent een samenwerkingsverband met de Universitas Indonesia te Jakarta. - Classicale acta der Nederlandse hervormde kerk 1573-1620 Show ▼
Repertorium van egodocumenten van Noord-Nederlanders uit de negentiende eeuw
“Egodocumenten” is de verzamelnaam voor een genre teksten, waarin het persoonlijke leven en perspectief van de auteur vooropstaat: dagboeken, autobiografieën, memoires, reisverslagen, bekeringsgeschiedenissen en dergelijke. Voor de periode tot 1814 verschenen in 1993-1996 twee repertoria van Nederlandse egodocumenten en reisverslagen als resultaat van een NWO-onderzoeksproject onder leiding van dr. R.M. Dekker van de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Dit vervolgproject heeft als doel opsporing, catalogisering en nadere ontsluiting van egodocumenten uit de 19e eeuw (1813-1914).
Er worden enkele formele criteria gehanteerd voor het opnemen van teksten: de tekst of een deel daarvan moet binnen de onderzoeksperiode vallen; het geboortejaar van de auteur mag niet later liggen dan 1900. Als gevolg hiervan bestrijken de resultaten van het onderzoek in feite een periode die zich kan uitstrekken van de late 18e eeuw tot na het midden van de 20e. De documenten worden ontsloten op diverse variabelen.
De opsporing van het gedrukte materiaal (inclusief de reisverslagen), waarvan het aantal in de loop van de onderzoeksperiode snel toeneemt, is door het Huygens ING uitgevoerd. Het ligt in de bedoeling de resultaten van beide deelprojecten geïntegreerd toegankelijk te maken en zo mogelijk uit te breiden met de eerder verschenen repertoria.
Het repertorium van in handschrift overgeleverde egodocumenten wordt aan de Erasmus Universiteit Rotterdam uitgevoerd. De voorlopige resultaten zijn inmiddels beschikbaar op: www.egodocument.net/repertorium.
Het deelproject Repertorium van in druk verschenen Nederlandse egodocumenten, 1813-1914 is voltooid. De titels van bijna vijfduizend gedrukte teksten zijn verzameld, in veel gevallen van nadere gegevens voorzien en opgeslagen in een elektronische databank. Dit bestand kan op verschillende manieren worden doorzocht, bijvoorbeeld op auteursnaam, soort tekst, geografische bestemming en periode waarop de tekst betrekking heeft.
Hoewel verschillende opsporingsmethoden zijn gebruikt, kan het project niet de pretentie hebben alle gedrukte egodocumenten te hebben opgespoord. Bovendien was het niet mogelijk bij het bewerken van de onderzoeksresultaten alle vijfduizend gedrukte teksten afzonderlijk te bestuderen. Daarom kunnen gedrukte teksten die opname zouden verdienen, in het repertorium ontbreken, terwijl wel opgenomen teksten misschien geen echte egodocumenten zijn. Aanvullingen en correcties zijn daarom bijzonder welkom en kunnen via het reactieformulier worden doorgegeven. Zij kunnen naderhand in het repertorium worden verwerkt.